wetzoeker

Artikel 4 Wet bevordering eigenwoningbezit

Overige begripsomschrijvingen

1 Het toetsvermogen, bedoeld in deze wet en de daarop berustende bepalingen, is het gezamenlijk vermogen van degenen die behoren tot het huishouden van de eigenaar-bewoner in het peiljaar.

2 Onder vermogen wordt verstaan: de rendementsgrondslag, bedoeld in artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001, met dien verstande dat die grondslag wordt bepaald zonder rekening te houden met de vrijstelling groene beleggingen, bedoeld in artikel 5.13 van die wet.

3 De inspecteur, onder wie de eigenaar-bewoner of degene die tot diens huishouden behoort krachtens artikel 3, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen ressorteert voor de heffing van de inkomstenbelasting, verstrekt op verzoek van Onze Minister over het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarin die eigenaar-bewoner de eigenwoningbijdrage heeft aangevraagd, het vermogen, bedoeld in het tweede lid, van de desbetreffende eigenaar-bewoner of degene die tot diens huishouden behoort, aan Onze Minister.

Regeling
Wet bevordering eigenwoningbezit
Afkortingen
WEWB
Soort
Wet
Geldend vanaf
04-06-2026
BWB-id
BWBR0011919
Versie
2026-06-04_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl