wetzoeker

5 — Invoer, uitvoer en doorvoer van goederen Selectielijst handelingen Minister van Financiën en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein invoerrechten en accijnzen 1945-1962

Invoer, uitvoer en doorvoer van goederen

(230)

Handeling: Het (onder voorwaarden) toestemming verlenen:

1. tot het vestigen van een nieuwe zoutziederij, suikerraffinaderij, brouwerij, branderij, distilleerderij, azijnmakerij, spijkerfabriek, papierfabriek, wolfabriek, stoffenfabriek, of andere grote fabriek op voorgeschreven terreinen.

2. afwijkingen van de voorschriften van de belastingwetten betreffende de in acht te nemen formaliteiten bij de invoer, uitvoer, doorvoer en vervoer van goederen indien dit in het belang van de handel, nijverheid of scheepvaart gewenst is.

3. aan maatschappijen en andere ondernemers om de vrachtlijsten in duplo in te leveren.

4. om in de tijdelijke lokalen als vermeld in art. 26 buitenlandse stapelgoederen uit het vrije verkeer op te slaan, die niet aan rechten of accijns zijn onderworpen.

5. om bij doorvoer met vaartuigen in geregelde dienst de soort en de hoeveelheid van de goederen of een van beiden na de inklaring op te geven.

6. dat een generale verklaring ten doorvoer voor goederen wordt veranderd in een generale verklaring ten invoer.

7. dat het vervoer anders dan met treinen of schepen en zonder ambtelijke sluiting of verzegeling plaats vindt.

8. dat, in afwijking van art. 168 Algemene wet van 26 augustus 1822 (Stbl. 38), geleibiljetten voor het vervoer van zout, Wijn, gedistilleerd en suiker worden afgegeven.

9. dat luchtvaartmaatschappijen die subsidie krijgen, onder voorwaarden, dat het recht op subsidie aangenomen wordt, voor al hetgeen inzake de in- en uitvoer van goederen verschuldigd mag worden.

10. van een doorlopend verlof en afwijkingen ten aanzien van het gestelde in het Douanebesluit voor de luchtvaart.

11. dat: a) met binnenkomende luchtvaartuigen op een douaneterrein wordt geland op andere tijden dan als vermeld in art. 4 lid 2 van het Douanebesluit voor de luchtvaart, b) met binnenkomende luchtvaartuigen wordt geland elders dan op een douaneluchtvaartterrein.

12. aan de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen en de Hollandsche IJzeren Spoorwegmaatschappij van de ontheffing van de wettelijke verplichting zekerheid te stellen voor de invoerrechten en accijnzen.

13. dat in plaats van stalen of monsters van goederen een of meer gewaarmerkte voorwerpen als typen worden aangehouden.

14. voor de invoer van zouthoudend water dat niet in fusten is verpakt.

15. dat aan neringdoenden collectieve geleibiljetten worden gegeven voor het vervoer van suiker of geraffineerd zout aan verschillende personen.

16. voor het overbrengen van vermengde wijn naar een andere branderij indien een bedrijf wordt gesloten.

Grondslag:

1. Algemene wet van 26 augustus 1822 (Stbl. 38), art. 180.

2. Wet van 4 april 1870 (Stbl. 61), art. 1.

3. Besluit van 26 maart 1872 (Stbl. 19), art. 6.

4. Besluit van 26 maart 1872 (Stbl. 19), art. 31.

5. Besluit van 26 maart 1872 (Stbl. 19), art. 62.

6. Besluit van 26 maart 1872 (Stbl. 19), art. 64, laatste lid.

7. Besluit van 4 augustus 1874 (Stbl. 116), art. 27, lid 4.

8. Besluit van 28 november 1900 (Stbl. 207), houdende nadere bepalingen omtrent de afgifte van geleibiljetten voor het vervoer van accijnsgoederen, art. 1, lid 1.

9. Douanebesluit voor de luchtvaart van 27 december 1928 (Stbl. 500), art. 14.

10. Douanebesluit voor de luchtvaart van 27 december 1928 (Stbl. 500), art. 16, lid 2.

11. Douanebesluit voor de luchtvaart, art. 19, lid 1.

12. Wet van 29 december 1922 (Stbl. 755), houdende aanvulling van de bepalingen zekerheidstelling en wijziging bepalingen recht van voorrang inzake van invoerrechten en accijnzen, art. 1. Waardewet 1927 (Stbl. 17), art. 11, lid 2.

13. Waardewet 1927 (Stbl. 17), art. 11, lid 2.

14. Zoutwet 1892 (Stbl. 227), art. 5.

15. Besluit van 13 maart 1924, art. 1.

16. Besluit van 5 december 1901 (Stbl. 236), art. 9.

Periode: 1945 - 1962

Waardering: 1.-2. V 10 jaar na vervallen van de toestemming

3.-16. V 5 jaar na vervallen van de toestemming

(231)

Handeling: Het afgeven van een vergunning:

1. aan maatschappijen of ondernemers van geregelde diensten die goederen willen vervoeren met verzendingslijsten;

2. als bedoeld in art. 22 lid 1 KB Vervoer aan niet in Nederland wonende personen.

Grondslag: 1. Besluit van 4 augustus 1874 (Stbl. 116), art. 18, lid 1.

2. Besluit van 4 augustus 1874 (Stbl. 116), art. 22, lid 2.

Periode: 1945-1958

Waardering: V, 5 jaar na vervallen vergunning.

(232)

Handeling: Het op verzoek van belanghebbenden afgeven van collectieve geleibiljetten voor het vervoer van aan verschillende personen af te leveren hoeveelheden suiker (waaronder kandij) of geraffineerd zout.

Grondslag; Besluit van 18 februari 1905 (Stbl. 78), art. 1, lid 1.

Periode: 1945-1962

Waardering: V, 5 jaar na afgifte.

(236)

Handeling: Het verlenen van vergunningen voor het vervoer van wijn of zout met verzendingingsbiljetten.

Grondslag: Besluit van 18 februari 1905 (Stbl. 78), art. 2, lid 1.

Periode: 1945 - 1962

Waardering: V, 5 jaar na vervallen vergunning.

(250)

Handeling: Het vaststellen van het invoerrecht over de waarde.

Grondslag: Waardewet 1927 (Stbl. 17), art. 2.

Periode: 1945 - 1962

Waardering: V 10 jaar na vaststelling

(251)

Handeling: Het voorschrijven dat de inventarisatie van goederen niet of slechts gedeeltelijk zal plaats hebben.

Grondslag: Waardewet 1927 (Stbl. 17), art. 9, lid 1.

Periode: 1945 - 1962

Waardering: V, 10 jaar na vervallen voorschrift.

(256)

Handeling: Het afgeven van volgbrieven.

Grondslag: Besluit van 19 augustus 1916 (Stbl. 417), art. 4 en 5.

Periode: 1945 - 1962

Waardering: V, 5 jaar na afgifte.

Regeling
Selectielijst handelingen Minister van Financiën en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein invoerrechten en accijnzen 1945-1962
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
04-02-2001
BWB-id
BWBR0011897
Versie
2001-02-04_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl