wetzoeker

Vormgeving bij verzilvering adv door personeel met een deeltijdbetrekking Verhoging flexibilisering arbeidsduur

Bij de adv-afspraken ingaande 1 augustus 1998 is, bij wijze van overgangsbepaling, aan personeelsleden die op 31 juli 1998 een deeltijdbetrekking hadden, éénmalig de mogelijkheid geboden om een verhoging van de werktijdfactor te vragen, overeenkomstig de adv-aanspraak, onder de voorwaarde dat formatieruimte beschikbaar is (opplussen adv). Personeel met een deeltijdbetrekking kan thans, onder de vergelijkbare voorwaarden, een uitbreiding van de betrekkingsomvang bij het bevoegd gezag aanvragen.

Het gaat daarbij in beginsel om een reguliere verhoging van de betrekkingsomvang.

Als met dit verzoek kan worden ingestemd en betrokkene is, voor minder dan een normbetrekking, benoemd in vaste dienst, dan wordt de benoemingsomvang in vaste dienst uitgebreid met het aantal adv-uren dat voor de omzetting in aanmerking komt. Deze uren worden op dezelfde wijze behandeld en bezoldigd als de uren waarvoor hij reeds is benoemd, met andere woorden: de omgezette adv-uren geven in verhouding eenzelfde bezoldiging, aanspraak vakantie-uitkering, aanspraak ZKOO e.d. als de uren waarvoor hij reeds werkzaam is.

Bij de uitbreiding wordt melding gemaakt van de keuze en deze keuze geldt telkens voor een jaar. Indien betrokkene na afloop van een jaar wil afzien van zijn keuze, wordt de betrekkingsomvang dientengevolge vastgesteld op de oorspronkelijke betrekkingsomvang zoals die luidde op het moment van de keuze.

Regeling
Verhoging flexibilisering arbeidsduur
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
13-12-2000
BWB-id
BWBR0011842
Versie
2000-12-13_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl