wetzoeker

Artikel 4.5 Vreemdelingenbesluit 2000

Algemene verplichtingen in het kader van de grensbewaking

1 De vreemdeling die Nederland inreist, is verplicht desgevorderd aan een ambtenaar, belast met de grensbewaking:

a. het in zijn bezit zijnde document voor grensoverschrijding, de benodigde machtiging tot voorlopig verblijf dan wel het benodigde reisvisum of doorreisvisum te tonen en te overhandigen;

b. inlichtingen te verstrekken over het doel en de duur van zijn voorgenomen verblijf in Nederland;

c. aan te tonen over welke middelen hij met het oog op de toegang tot Nederland beschikt of kan beschikken.

2 Het eerste lid, onder a, is van overeenkomstige toepassing op de vreemdeling die Nederland uitreist via een buitengrens.

3 Het eerste lid, onder b en c, is niet van toepassing op de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, onder e, dan wel l, van de Wet, het familielid, bedoeld in artikel 8.7, tweede en derde lid, en de vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7, vierde lid.

Regeling
Vreemdelingenbesluit 2000
Afkortingen
VB, Vb 2000
Soort
AMvB
Geldend vanaf
12-06-2026
BWB-id
BWBR0011825
Versie
2026-06-12_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl