wetzoeker

Artikel 3.107 Vreemdelingenbesluit 2000

De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd

1 Indien artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag aan het verlenen van een verblijfsvergunning aan de vreemdeling op grond van artikel 29, eerste lid, van de Wet in de weg staat, wordt aan die vreemdeling evenmin een verblijfsvergunning verleend op één van de andere gronden bedoeld in de artikelen 29a, 29b, 29c of 29d, van de Wet.

2 Aan het gezinslid, bedoeld in de artikelen 29c, eerste lid, of 29d, eerste lid, van de Wet, van de vreemdeling ten aanzien van wie artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag aan het verlenen van een verblijfsvergunning asiel in de weg staat, wordt geen verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 van de Wet verleend, tenzij dit gezinslid aannemelijk heeft gemaakt dat zijn aanvraag is gegrond op omstandigheden die zelfstandig een rechtsgrond voor verlening van de verblijfsvergunning asiel op grond van de artikelen 29 of 29a van de Wet vormen.

Regeling
Vreemdelingenbesluit 2000
Afkortingen
VB, Vb 2000
Soort
AMvB
Geldend vanaf
25-09-2026
BWB-id
BWBR0011825
Versie
2026-09-25_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl