wetzoeker

Artikel 3.106 Vreemdelingenbesluit 2000

De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd

1 De verblijfsvergunning asiel die op grond van de artikelen 29c, eerste lid, of 29d, eerste lid, is verleend aan een gezinslid van een vreemdeling die houder is van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in de artikelen 29, eerste lid, of 29a, eerste lid, wordt niet ingetrokken op grond van artikel 32, vijfde lid, onderdeel d, van de Wet, indien het huwelijks- of gezinsleven met de hoofdpersoon is verbroken door het overlijden van de hoofdpersoon dan wel omdat het gezinslid slachtoffer is geworden of dreigt te worden van eergerelateerd geweld of huiselijk geweld.

2 De verblijfsvergunning asiel die op grond van de artikelen 29c, eerste lid, of 29d, eerste lid, is verleend aan een op het tijdstip van verlening minderjarig gezinslid van een vreemdeling als bedoeld in de artikelen 29, eerste lid, of 29a, eerste lid, van de Wet, wordt niet ingetrokken op grond van artikel 32, vijfde lid, onderdeel d, van de Wet, indien het desbetreffende gezinslid langer dan een jaar houder is geweest van de verblijfsvergunning.

Regeling
Vreemdelingenbesluit 2000
Afkortingen
VB, Vb 2000
Soort
AMvB
Geldend vanaf
25-09-2026
BWB-id
BWBR0011825
Versie
2026-09-25_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl