wetzoeker

Intrekkingswet van de Radio-Omroep-Zender-Wet 1935 en enige daarmee verband houdende wettelijke voorzieningen

Wet van 2 november 2000, houdende intrekking van de Radio-Omroep-Zender-Wet 1935 en enige daarmee verband houdende wettelijke voorzieningen

Soort
Wet
Geldend vanaf
10-11-2004
Rechtsgebied
Cultureel recht
Ministerie
Economische Zaken
BWB-id
BWBR0011757
Versie
2004-11-10_0
SHA-256 bron
244813edbaa6c541ddc0e8a2e1a4ab807190cc0a4e4f1c55c1a93396ba43ad7d

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (7)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V
  6. Artikel VI
  7. Artikel VII

Artikel I

De Radio-Omroep-Zender-Wet 1935 wordt ingetrokken.

Artikel II

Wijzigt de Mediawet.

Artikel III

Wijzigt de Telecommunicatiewet.

Artikel IV

Vervallen

Artikel V

Vervallen

Artikel VI

Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, handelende in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, is, nadat door Onze Minister van Justitie is verklaard dat hem van bezwaren niet is gebleken, op de dag dat deze wet in werking treedt, bevoegd om voor een notaris een akte te doen verlijden waarbij met ingang van de volgende dag de statuten van de naamloze vennootschap Nederlandsche Omroep-Zender-Maatschappij, «NOZEMA» worden gewijzigd en in overeenstemming worden gebracht met de bepalingen van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waarbij in de statuten in ieder geval wordt geregeld dat:

a. de Raad van Beheer wordt vervangen door een directie die door de algemene vergadering van aandeelhouders wordt benoemd en ontslagen zonder voordrachtsrecht van een ander vennootschappelijk orgaan of van enige derde; en

b. een raad van commissarissen bestaande uit ten minste zes leden wordt benoemd.

Artikel VII

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.