wetzoeker

Artikel 22d Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen

Bewegingsvrijheid binnen de inrichting

1 Onze Minister kan bepalen dat een jeugdige aan wie de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd, voor een periode van ten hoogste zeven weken ter observatie wordt geplaatst in een daartoe aangewezen inrichting.

2 Onze Minister kan, indien dit noodzakelijk is, de termijn genoemd in het eerste lid met ten hoogste vier weken verlengen.

3 De jeugdige keert na het verstrijken van de observatietermijn terug naar de inrichting waar hij voorheen was geplaatst, tenzij uit de observatierapportage blijkt dat overplaatsing naar een andere inrichting aangewezen is.

4 De plaatsing ter observatie kan op verzoek van de directeur van de inrichting waar de jeugdige verblijft plaatsvinden in de volgende gevallen:

a. indien daartoe uit het oogpunt van de behandeling van de jeugdige aanleiding bestaat;

b. indien deze noodzakelijk wordt geacht met het oog op de opstelling van een advies ten behoeve van verlenging van de maatregel.

Regeling
Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen
Afkortingen
BJJI
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2023
BWB-id
BWBR0011756
Versie
2023-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl