wetzoeker

Beleidsregels ontheffingen Wet op de Dierproeven

Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
25-10-2000
Rechtsgebied
Milieurecht, Onderwijsrecht, Ruimtelijke ordening en milieu
Ministerie
Volksgezondheid, Welzijn en Sport
BWB-id
BWBR0011696
Versie
2000-10-25_0
SHA-256 bron
2b9ee6876be6d581621032a83e65327c96b66e67442ae4be0b40d787af97d98b

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (2)
  1. 1 — Bedreigde diersoorten
  2. 2 — Dieren uit de vrije natuur

1 — Bedreigde diersoorten

1 — Bedreigde diersoorten

Als bijzondere gevallen waarin een ontheffing wordt verleend van het verbod, gesteld in artikel 11 van de Wet op de dierproeven, tot het verrichten van dierproeven op dieren die krachtens bijlage I van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantesoorten, en bijlage C, deel 1, van Verordening (EEG) nr. 3626/82 als bedreigde soorten worden aangemerkt, worden beschouwd proeven die voldoen aan de voorschriften van genoemde verordening en zijn gericht op:

- onderzoek voor het behoud van de betrokken soorten, of

- biomedische doeleinden van essentieel belang, wanneer de betrokken soort bij wijze van uitzondering de enige blijkt te zijn die voor die doeleinden geschikt is.

2 — Dieren uit de vrije natuur

2 — Dieren uit de vrije natuur

Als bijzondere gevallen waarin een ontheffing wordt verleend van het verbod, gesteld in artikel 11 van de Wet op de dierproeven, tot het verrichten van dierproeven op dieren die uit de vrije natuur afkomstig zijn, worden beschouwd die gevallen waarin proeven met andere dieren voor het doel van de proef niet geschikt zijn.