wetzoeker

Artikel 3 Besluit opheffing Landbouwschap

1 Vanaf de inwerkingtreding van dit besluit berust het beheer van het vermogen van het Landbouwschap bij de Raad.

2 Rechtsvorderingen die tot het vermogen van het Landbouwschap behorende rechten of verplichtingen tot onderwerp hebben, voorzover deze geen betrekking hebben op de heffingen, bedoeld in artikel 6, worden ingesteld door of tegen de Raad.

3 Rechtsvorderingen die betrekking hebben op VUT-regelingen, flexibele spaarpensioenregelingen en de regeling van het sociaal plan, uitgezonderd de bepalingen ten aanzien van de pensioenen en wachtgelden, worden ingesteld door of tegen de Raad.

4 Rechtsvorderingen die betrekking hebben op rechten en verplichtingen, neergelegd in pensioen- en wachtgeldregelingen, met inbegrip van de ingevolge het derde lid uitgezonderde bepalingen, worden ingesteld door of tegen het Hoofdproductschap Akkerbouw.

Regeling
Besluit opheffing Landbouwschap
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2002
BWB-id
BWBR0011674
Versie
2002-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl