wetzoeker

Besluit geweldgebruik defensiepersoneel in de uitoefening van de bewakings- en beveiligingstaak

Besluit van 22 juli 2000, houdende regels inzake het gebruik van geweld door defensiepersoneel in de uitoefening van de bewakings- en beveiligingstaak (Besluit geweldgebruik defensiepersoneel in de uitoefening van de bewakings- en beveiligingstaak)

Soort
Rijks-KB
Geldend vanaf
10-10-2010
Rechtsgebied
Militair recht, Staats- en bestuursrecht
Ministerie
Defensie
BWB-id
BWBR0011530
Versie
2010-10-10_0
SHA-256 bron
f2f7a22dc00fe45a38062ff1677add08f49e5a04e791b628cc24451299298a98

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (16)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 1a
  3. Artikel 2
  4. Artikel 3
  5. Artikel 4
  6. Artikel 5
  7. Artikel 6
  8. Artikel 7
  9. Artikel 8
  10. Artikel 9
  11. Artikel 10
  12. Artikel 11
  13. Artikel 12
  14. Artikel 13
  15. Artikel 14
  16. Artikel 15

Paragraaf 1 — Algemeen

Artikel 1

Dit besluit berust op artikel 3, derde lid, van de Rijkswet geweldgebruik bewakers militaire objecten.

Paragraaf 1 — Algemeen

Artikel 1a

1 In dit besluit wordt verstaan onder:

a. bewaker: de met het uitvoeren van de bewakings- en beveiligingstaak belaste:

1°. militair;

2°. burgerambtenaar in dienst van het Ministerie van Defensie;

b. meerdere:

1°. indien de bewakings- en beveiligingstaak alleen door militairen behorend tot de krijgsmacht van het Koninkrijk wordt uitgevoerd: degene die ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 67 van het Wetboek van Militair Strafrecht de meerdere is;

2°. indien de bewakings- en beveiligingstaak alleen door burgerambtenaren in dienst van het Ministerie van Defensie wordt uitgevoerd: de burgerambtenaar die de hoogste rang bezit dan wel bij gelijkheid in rang, de burgerambtenaar die de meeste ouderdom daarin bezit;

3°. in andere gevallen dan bedoeld onder 1° of 2°: de militair, behorend tot de krijgsmacht van het Koninkrijk, onderscheidenlijk de burgerambtenaar, in dienst van het Ministerie van Defensie, die als zodanig is aangewezen;

c. geweld: elke dwangmatige kracht van meer dan geringe betekenis, uitgeoefend op personen of zaken;

d. geweldmiddel: een geweldmiddel als bedoeld in artikel 6, eerste lid;

e. gebruik van een vuurwapen: het richten, het gericht houden en het daadwerkelijk gebruik van een vuurwapen.

2 Onder het gebruiken van geweld wordt mede verstaan:

a. het dreigen met geweld;

b. het gebruik van vrijheidsbeperkende middelen.

Paragraaf 1 — Algemeen

Artikel 2

Dit besluit is niet van toepassing op het gebruik van geweld door bewakers in de uitoefening van de bewakings- en beveiligingstaak tijdens een internationaal gewapend conflict of een intern gewapend conflict als bedoeld in de gemeenschappelijke artikelen 2 en 3 van de op 12 augustus 1949 tot stand gekomen Verdragen van Genève (Trb. 1951, 72 t/m 75), alsmede de op 12 december 1977 te Bern tot stand gekomen Aanvullende Protocollen (Trb. 1980, 87 en 88).

Paragraaf 2 — Algemene geweldsbepalingen

Artikel 3

Het gebruik van een geweldmiddel ter uitvoering van de bewakings- en beveiligingstaak is uitsluitend toegestaan aan een bewaker:

a. aan wie dat geweldmiddel rechtens is toegekend, en

b. die in het gebruik van dat geweldmiddel is geoefend.

Paragraaf 2 — Algemene geweldsbepalingen

Artikel 4

Indien de bewaker onder leiding van een ter plaatse aanwezige meerdere optreedt, gebruikt hij geen geweld dan na een vooraf gegeven uitdrukkelijke last van deze meerdere. De meerdere geeft daarbij aan van welk geweldmiddel gebruik wordt gemaakt.

Paragraaf 2 — Algemene geweldsbepalingen

Artikel 5

1 Tenzij de omstandigheden dit niet toelaten, gaat aan het gebruik van geweld een duidelijke waarschuwing vooraf.

2 Indien het gebruik van geweld bestaat in het gericht schieten met een vuurwapen, kan de waarschuwing zo nodig worden vervangen door een waarschuwingsschot.

3 Een waarschuwingsschot wordt op een zodanige wijze gegeven dat gevaar voor personen of zaken zoveel mogelijk wordt vermeden.

Paragraaf 2 — Algemene geweldsbepalingen

Artikel 6

1 De bewaker mag naast het gebruik van fysiek geweld uitsluitend gebruik maken van de volgende geweldmiddelen:

a. een vuurwapen;

b. een vuurwapen als slag- of stootwapen;

c. een wapenstok;

d. een diensthond;

e. een waterwerper;

f. handboeien.

2 Het inzetten van een diensthond is uitsluitend geoorloofd onder toezicht van een hondengeleider.

3 Het gebruik van een waterwerper is uitsluitend geoorloofd na uitdrukkelijke last van de meerdere.

Paragraaf 2 — Algemene geweldsbepalingen

Artikel 7

Bij gebruik van fysiek geweld dan wel een geweldmiddel wordt in verhouding tot het beoogde doel de meest lichte vorm van geweld gebruikt en worden de daaraan verbonden risico's zo veel mogelijk beperkt.

Paragraaf 2 — Algemene geweldsbepalingen

Artikel 8

1 De bewaker die geweld heeft aangewend, waaronder begrepen het geven van een waarschuwingsschot als bedoeld in artikel 5, meldt de feiten en omstandigheden dienaangaande, alsmede de gevolgen hiervan, onverwijld aan zijn meerdere.

2 De melding, bedoeld in het eerste lid, wordt door de meerdere terstond vastgelegd in een schriftelijk rapport. De meerdere doet het rapport onverwijld toekomen aan de commandant of een voor de toepassing van dit artikel daarmee gelijk te stellen functionaris.

3 Deze brengt het rapport, zo nodig vergezeld van zijn kanttekeningen, onverwijld ter kennis van een brigadecommandant van de Koninklijke marechaussee.

Paragraaf 3 — Vuurwapens

Artikel 9

1 Het gebruik van een vuurwapen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a, is slechts geoorloofd:

a. tegen een persoon indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat die persoon een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnd vuurwapen bij zich heeft en dat tegen personen zal gebruiken dan wel ander levensbedreigend geweld tegen personen zal gebruiken;

b. tegen een persoon indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat die persoon een misdrijf pleegt jegens het object en dat er tevens sprake is van een aantasting van een vitaal belang van de krijgsmacht.

2 Onder het plegen van een misdrijf als bedoeld in het eerste lid, onder b, worden mede begrepen de poging en de deelnemingsvormen, bedoeld in de artikelen 47 en 48 van het Wetboek van Strafrecht.

Paragraaf 3 — Vuurwapens

Artikel 10

Bij gebruik van een vuurwapen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a, wordt het volgende in acht genomen:

a. zwaar lichamelijk letsel of erger wordt zo veel mogelijk voorkomen;

b. zo mogelijk wordt op de benen geschoten;

c. risico's voor derden worden zo veel mogelijk vermeden.

Paragraaf 3 — Vuurwapens

Artikel 11

De bewaker mag slechts uit voorzorg een vuurwapen ter hand nemen indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat een situatie als bedoeld in artikel 9 ontstaat, waarin hij bevoegd is het vuurwapen te gebruiken. Zodra blijkt dat een dergelijke situatie zich niet voordoet, wordt het ter hand nemen van het vuurwapen beëindigd.

Paragraaf 4 — Handboeien

Artikel 12

1 De bewaker is bevoegd tot het dragen van handboeien.

2 De bewaker is bevoegd tot het aanleggen van handboeien bij personen die zijn aangehouden ingeval van ontdekking op heterdaad, indien de aangehouden personen zich trachten te onttrekken aan hun aanhouding of indien zij een gevaar vormen voor zijn leven of veiligheid of die van anderen en die onttrekking onderscheidenlijk dat gevaar niet op een andere wijze kan worden voorkomen.

Paragraaf 5 — Slotbepalingen

Artikel 13

Het Besluit geweldgebruik krijgsmacht in de uitoefening van de bewakings- en beveiligingstaak wordt ingetrokken.

Paragraaf 5 — Slotbepalingen

Artikel 14

Met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst treden in werking:

a. de wet van 24 september 1998 tot wijziging van de Rijkswet geweldgebruik krijgsmacht in de uitoefening van de bewakings- en beveiligingstaak (Stb. 11), en

b. dit besluit.

Paragraaf 5 — Slotbepalingen

Artikel 15

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit geweldgebruik defensiepersoneel in de uitoefening van de bewakings- en beveiligingstaak.