wetzoeker

Wet gemeentelijke herindeling deel provincie Utrecht

Wet van 6 juli 2000 tot gemeentelijke herindeling in een deel van de provincie Utrecht

Soort
Wet
Geldend vanaf
21-07-2000
Rechtsgebied
Staats- en bestuursrecht, Staatsrecht
Ministerie
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
BWB-id
BWBR0011467
Versie
2000-07-21_0
SHA-256 bron
69a93e1b4b2abfff6d459226d5d29950a0581561d9fb55e2d0ff05c6eb2c8baf

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (9)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9

Paragraaf 1 — Opheffing en instelling van gemeenten

Artikel 1

Met ingang van de datum van herindeling worden de onderstaande gemeenten opgeheven:

De Bilt

Harmelen

Maartensdijk

Utrecht

Vleuten-De Meern

Woerden

Paragraaf 1 — Opheffing en instelling van gemeenten

Artikel 2

1 Met ingang van de datum van herindeling worden de onderstaande nieuwe gemeenten ingesteld:

Utrecht

De Bilt

Woerden

2 In de onderstaande tabel is aangegeven uit het gebied van welke op te heffen gemeenten het gebied van elk der nieuwe gemeenten bestaat, met dien verstande dat de grenzen van de nieuwe gemeenten komen te lopen zoals aangegeven op de bij deze wet behorende kaart.

Tabel 1. Gebiedsbepaling nieuwe gemeenten

nieuwe gemeente | bestaande uit de op te heffen gemeenten

Utrecht | Utrecht

Vleuten-De Meern

De Bilt | De Bilt

Maartensdijk

Woerden | Harmelen

Woerden

Paragraaf 2 — Overige bepalingen

Artikel 3

Voor de nieuwe gemeenten Utrecht, De Bilt en Woerden worden de op te heffen gemeenten met dezelfde naam aangewezen voor de toepassing van artikel 36 van de Wet algemene regels herindeling, in verband met de instructies en reglementen, bedoeld in dat artikel.

Paragraaf 2 — Overige bepalingen

Artikel 4

In de onderstaande tabel worden voor de op te heffen gemeenten de nieuwe gemeenten aangewezen voor de toepassing van de volgende bepalingen van de Wet algemene regels herindeling:

a. artikel 39, tweede lid, in verband met de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen;

b. artikel 41, derde lid, in verband met de deelneming aan gemeenschappelijke regelingen;

c. de artikelen 44, eerste lid, en 45, tweede lid, in verband met de overgang van rechten en verplichtingen;

d. artikel 48, tweede lid, in verband met de uitkeringen, bedoeld in dat artikel;

e. artikel 59, eerste lid, in verband met de overgang van ambtenaren;

f. artikel 70, eerste lid, in verband met de overgang van archiefbescheiden;

g. artikel 71, derde lid, in verband met de overgang van de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.

Tabel 2. Aanwijzing nieuwe gemeenten

aangewezen nieuwe gemeente | op te heffen gemeente

Utrecht | Utrecht

Vleuten-De Meern

De Bilt | De Bilt

Maartensdijk

Woerden | Harmelen

Woerden

Paragraaf 2 — Overige bepalingen

Artikel 5

1 Voor de nieuwe gemeenten worden tussentijdse raadsverkiezingen gehouden als bedoeld in artikel 52, van de Wet algemene regels herindeling.

2 Met de voorbereiding van de tussentijdse raadsverkiezingen worden de op te heffen gemeenten met dezelfde naam belast.

3 Indien de datum van herindeling valt binnen twee jaar voor de datum waarop reguliere verkiezingen voor de leden van de gemeenteraden ingevolge de Kieswet moeten worden gehouden, vinden deze verkiezingen niet plaats in de gemeenten die bij deze wet zijn ingesteld.

4 De zittingsperiode van de leden van de raden van de nieuwe gemeenten eindigt in het in het derde lid bedoelde geval gelijk met de zittingsperiode van de leden van de raden van de overige gemeenten die volgt op de eerste verkiezingen voor de gemeenteraden na de datum van herindeling.

Paragraaf 2 — Overige bepalingen

Artikel 6

Wijzigt de Wet op de rechterlijke indeling.

Paragraaf 2 — Overige bepalingen

Artikel 7

Wijzigt de Politiewet 1993.

Paragraaf 2 — Overige bepalingen

Artikel 8

Gedeputeerde staten van Utrecht kunnen bij de vaststelling van de grensbeschrijving, bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Wet algemene regels herindeling, kennelijke onjuistheden verbeteren in de grenzen zoals die zijn aangegeven op de bij deze wet behorende kaart. Zij stellen Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onverwijld in kennis van de aangebrachte verbeteringen.

Paragraaf 2 — Overige bepalingen

Artikel 9

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.