wetzoeker

Artikel 9.9 Wet studiefinanciering 2000

Bestuursrechtelijke geldschulden en bestuurlijke boete

1 Indien een student het normbedrag voor een uitwonende student toegekend heeft gekregen maar niet heeft voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 1.5, kan Onze Minister hem een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste 50 procent van het bedrag dat van de student in verband daarmee wordt teruggevorderd bij een herziening.

2 De herziening vindt plaats met ingang van de datum van de laatste adreswijziging van de student in de basisregistratie personen. Indien de ouders van de student of een van hen na de laatste adreswijziging, bedoeld in de vorige volzin, zijn of is ingeschreven op hetzelfde woonadres als de student, dan vindt de herziening plaats met ingang van de dag van deze adreswijziging.

3 Degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd is verplicht desgevraagd aan Onze Minister de inlichtingen te verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van de bestuurlijke boete van belang zijn.

Regeling
Wet studiefinanciering 2000
Afkortingen
WSF, WSF 2000
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-08-2026
BWB-id
BWBR0011453
Versie
2026-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl