wetzoeker

Artikel 3.2 Wet studiefinanciering 2000

Samenstelling studiefinanciering

1 Het budget voor een mbo-student voor een kalendermaand is het totaal van:

a. een normbedrag voor de kosten van levensonderhoud,

b. een tegemoetkoming in de kosten van het lesgeld, en

c. een reisvoorziening.

2 Dit budget kan worden verhoogd met een toeslag voor een eenoudergezin ingevolge artikel 3.5.

3 De tegemoetkoming in de kosten van het lesgeld wordt voor een mbo-student vastgesteld op een twaalfde deel van het op grond van artikel 5, tweede lid, van de Les- en cursusgeldwet geldende bedrag van het lesgeld. Het bedrag van de maximale aanvullende beurs, bedoeld in de artikelen 3.13, eerste lid, 3.16 en 3.18, wordt voor een mbo-student verhoogd met het bedrag van de tegemoetkoming.

4 De tegemoetkoming, bedoeld in het derde lid, wordt niet toegekend voor het studiejaar waarin de mbo-student de leeftijd van 18 jaren bereikt.

5 In afwijking van het eerste lid bestaat het budget voor een mbo-student die in aanmerking komt voor levenlanglerenkrediet alleen uit dat krediet.

6 De bedragen zijn opgenomen in artikel 3.18.

Regeling
Wet studiefinanciering 2000
Afkortingen
WSF, WSF 2000
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-08-2026
BWB-id
BWBR0011453
Versie
2026-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl