wetzoeker

Artikel 2.17 Wet studiefinanciering 2000

Overige bepalingen

1 Een student wiens vrijheid voor ten minste een maand rechtens is ontnomen, heeft, behoudens in de gevallen, bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, in de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten en in artikel 2.3 van de Wet forensische zorg en de gevallen, bedoeld in hoofdstuk 6 van de Jeugdwet, met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de vrijheidsontneming ten minste één maand heeft geduurd slechts aanspraak op studiefinanciering voor een thuiswonende student.

2 Voor de toepassing van het eerste lid worden perioden van vrijheidsontneming samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.

3 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen groepen van personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel buiten een justitiële inrichting plaatsvindt.

Regeling
Wet studiefinanciering 2000
Afkortingen
WSF, WSF 2000
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-08-2026
BWB-id
BWBR0011453
Versie
2026-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl