wetzoeker

Artikel 1.7 Wet studiefinanciering 2000

Algemene bepalingen

1 Onze Minister gebruikt het burgerservicenummer of onderwijsnummer van een student of debiteur ter zake van de uitvoering van deze wet slechts:

a. in contacten met die student of debiteur,

b. in contacten met personen en instanties voor zover deze zelf gemachtigd zijn tot het opnemen van het burgerservicenummer of onderwijsnummer in een persoonsregistratie,

c. om de gegevens van die student of debiteur te vergelijken met de gegevens die over hem zijn opgenomen in het register onderwijsdeelnemers, bedoeld in artikel 4 van de Wet register onderwijsdeelnemers, voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van deze wet, en

d. in contacten met de toezichthouders, bedoeld in artikel 9.1a.

2 Het burgerservicenummer of onderwijsnummer van de partner of ouder van een student of debiteur kan ter zake van de uitvoering van deze wet slechts worden gebruikt in contacten met die partner of ouder of met de desbetreffende student of debiteur, alsmede, voor zover het betreft de controle op de rechtmatigheid, in contacten met personen en instanties voor zover deze zelf gemachtigd zijn tot het opnemen van het burgerservicenummer of onderwijsnummer in een persoonsregistratie.

Regeling
Wet studiefinanciering 2000
Afkortingen
WSF, WSF 2000
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-08-2026
BWB-id
BWBR0011453
Versie
2026-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl