wetzoeker

Instelling Adviescommissie Arbeidsongeschiktheid

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
05-07-2000
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Staats- en bestuursrecht
Ministerie
Sociale Zaken en Werkgelegenheid
BWB-id
BWBR0011450
Versie
2000-07-05_0
SHA-256 bron
457a12455d787fe5d2e6546b744e3a5bf3cb81ed4dc2cd24f274bc94e3e4cbf0

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (7)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7

Artikel 1

1 Er is een Adviescommissie Arbeidsongeschiktheid, verder te noemen de commissie.

2 De commissie wordt ingesteld voor de duur van één jaar.

Artikel 2

1 De commissie heeft tot taak een analyse uit te voeren met betrekking tot de aard, de omvang en de oorzaken van arbeidsuitval door ziekte of arbeidsongeschiktheid.

2 De commissie baseert zich hierbij mede op de verrichte probleemanalyse van de Commissie psychische arbeidsongeschiktheid, de uitkomsten van de door Aarts en De Jong B.V. uitgevoerde overzichtsstudie ‘25 jaar onderzoek naar de WAO’, de uitkomsten van de door SZW en bureau Astri verrichte brancheprestatievergelijking en op reeds beschikbare gegevens en rapporten.

3 De commissie komt op basis van haar analyse tot aanbevelingen en rapporteert hierover in het voorjaar van 2001 aan de Minister en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Artikel 3

De commissie bestaat uit een voorzitter en vijf andere leden, welke door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden benoemd.

Artikel 4

De commissie dient ten behoeve van haar werkzaamheden en alle daarmee samenhangende kosten en vergoedingen binnen vier maanden na het in werking treden van deze regeling een begroting in bij de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Na goedkeuring worden de desbetreffende gemaakte kosten en gedane vergoedingen voldaan door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Vergoedingen aan leden worden vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 14 van de Kaderwet adviescolleges.

Artikel 5

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid benoemt de secretaris van de commissie.

Artikel 6

Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt met inachtneming van de bepalingen in de Archiefwet 1995. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie opgenomen in het archief van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Artikel 7

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.