Hoofdstuk 2 — , Beschrijving beleidsterrein en actoren (deel 1) Selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen op het beleidsterrein voortgezet onderwijs over de periode 1968-1998
, Beschrijving beleidsterrein en actoren
Adviescommissies, overlegorganen en beroepsraden:
Onderwijsraad: een permanent adviesorgaan met betrekking tot de uitvoering van het landelijk beleid, ingesteld bij wet van 21-02-1919, Stb 49.
Taken:
het gevraagd en ongevraagd adviseren van de minister
finaal advies geven in het geval van regelgeving
toezien op de handhaving van de financiële gelijkstelling van het openbaar en bijzonder onderwijs, de samenhang in het onderwijsbeleid en regelgeving, en op de handhaving van de vrijheid van onderwijs
het fungeren als beroepsinstantie bij geschillen tussen een school en de inspectie
De adviesverplichting is voor een groot deel vervallen bij de wet van 10-07-1995, Stb. 355.
Op 15 mei 1997 kwam er een nieuwe wet op de Onderwijsraad (Stb. 1997, 220). Deze wet trad met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 1997.De voormalige Onderwijsraad werd opgeheven, een nieuwe raad werd ingesteld. De raad kreeg bij deze wet een andere samenstelling en de taken veranderden.
De nieuwe Onderwijsraandashd heeft de volgende taken:
de regering en de beide kamers der Staten-Generaal te adviseren over hoofdlijnen van het beleid en de wetgeving op het terrein van het onderwijs
het desgevraagd adviseren van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij over de toepassing van wetten, algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen op het terrein van het onderwijs
het adviseren van de gemeentebesturen, in bij de wet genoemde gevallen, over aangelegenheden die het gemeentelijk onderwijsbeleid betreffen
Onderwijsoverleg Primair en Voortgezet Onderwijs: ingesteld door de staatssecretaris van Onderwijs bij beschikking van 16-03-1995, PO/B-95006934. De beschikkingen omtrent de instelling van de Centrale Commissie voor Onderwijsoverleg (CCOO) en het Overlegorgaan Voortgezet Onderwijs (OOVO), van 15-07-1977, WJZ 77454/0641( lid 2 uitgezonderd) en van 16-09-1985, DGVO/13303, komen hierdoor te vervallen.
De beschikking is op 20-03-1995 in werking getreden en vervalt op 01-03-1999.
Er is een onderwijsoverleg tussen de minister of staatssecretaris van Onderwijs en vertegenwoordigers van personeels-vakorganisaties, besturenorganisaties, schoolleiders, leerlingen en ouders. De organisaties die deze geledingen vertegenwoordigen vaardigen zelf hun vertegenwoordigers af.
Taak: - het voeren van overleg over beleidsvoornemens voor het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en de ondersteuning daarvan alsmede de opleidingen daarvoor.
Procesmanagement Voortgezet Onderwijs: ingesteld door de staatssecretaris van Onderwijs bij beschikking van 11-12-1996, en, met terugwerkende kracht, werkzaam vanaf 01-08-1996 tot 01-08-2000.
Taken:
het in nauw overleg met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen de uitvoering van de onderwijsvernieuwingen in het voortgezet onderwijs te managen, gericht op
de verdere invoering van de basisvorming
de invoering van leerwegen in het mavo, vbo en vso
de invoering van profielen tweede fase in het havo en vwo
het afstemmen van activiteiten van ondersteunende instellingen en opleidingen op het terrein van het landelijk innovatiebeleid en het versterken van de samenhang van de activiteiten van deze instellingen
het (doen) verschaffen van informatie aan scholen, verzorgingsinstellingen, opleidingen, ouders en andere geïnteresseerden
het signaleren van relevante ontwikkelingen aan de Staatssecretaris
andere taken door de Staatssecretaris te bepalen na overleg met het procesmanagement.
Op 1 augustus 1996 zijn het Procesmanagementteam Basisvorming en de Stuurgroep Profiel Tweede Fase opgegaan in het Procesmanagement Voortgezet Onderwijs.
CEVO (Centrale examencommissie vaststelling opgaven), ingesteld bij beschikking op 14-04-1981, Stcrt. 1981, 82. Kenmerk beschikking: DI/VG/EO-29108. Bij de instelling van de CEVO werden met ingang van 01-08-1981 opgeheven:
de Commissie belast met het vaststellen van de opgaven voor de schriftelijke examens vwo-havo-mavo, ingesteld bij beschikking van 25-06-1970 en
de Centrale Examencommissie lbo ter vaststelling van de opgaven en de beoordelingsnormen, ingesteld bij beschikking van 27 juni 1979.
De meest actuele instellingsbeschikking van een CEVO “nieuwe stijl” dateert van 9 juli 1999, kenmerk VO/BOB/98/28927.
Taken, onder de verantwoordelijkheid van de minister van Onderwijs:
het vaststellen en bekendmaken van de dagen en uren waarop de centrale examens in de verschillende tijdvakken aanvangen en waarop de toetsen van het centraal examen worden afgenomen
het vaststellen en bekendmaken van regels over de hulpmiddelen die door de kandidaat gebruikt mogen worden bij het afleggen van de centrale examens
het vaststellen van de toetsen, alsmede van de beoordelingsvoorschriften voor de toetsen en regels voor de omzetting van de scores in cijfers voor de centrale examens
het gevolg geven aan verzoeken van de inspectie van het voortgezet onderwijs als bedoeld in art. 43, lid 2, van het Eindexamenbesluit vwo-havo-mavo-vbo
het verstrekken aan de inspectie van alle gegevens met betrekking tot de centrale examens, waarover deze ambtshalve moet kunnen beschikken, voor zover zulks verband houdt met de taak van de CEVO
het coördineren van de werkzaamheden die nodig zijn voor de produktie van de toetsen en de beoordelingsvoorschriften, alsmede van de werkzaamheden op landelijk niveau voor de afname van de toetsen
het verzamelen of doen verzamelen van gegevens over de examens ten behoeve van het systematisch analyseren van de resultaten, voor zover zulkts verband houdt met de taak van de CEVO
het adviseren over eindexamenprogramma's om na te gaan of de omschrijving van de examenstof voldoende aanknopingspunten bevat voor het maken van toetsen
het op verzoek van de minister van Onderwijs ontwikkelen of doen ontwikkelen van syllabi waarin de CEVO aanvullende informatie over de examenstof van de centrale examens afneemt
de minister van Onderwijs bijstaan bij de jaarlijkse opdracht aan de Informatie Beheer Groep en bij het aan het Cito doen van een verzoek, bedoeld in art. 39, lid 3, van de Wet op de Onderwijsverzorging, voor zover het activiteiten voor de centrale examens vwo, havo, mavo en vbo betreft
het aan het Cito, binnen het kader van de jaarlijkse opdracht van de minister van Onderwijs, de gespecificeerde opdracht te verstrekken tot het produceren van de toetsen, de beoordelingsvoorschriften voor de toetsen en een advies voor de vaststelling van regels voor de omzetting van de scores in cijfers. Het Cito verzorgt de produktie, de CEVO de vaststelling
het verstrekken aan het Cito van opdrachten tot het verlenen van aanvullende diensten in verband met de centrale examens
het zorgdragen bi het vaststellen van de examens mavo en vbo voor de afstemming met de toetsen basisvorming, bedoeld in art. 28a, lid 3 van de WVO
COB (Commissie Opgaven Basisvorming), ingesteld bij beschikking op 20-04-1994, kenmerk VO/JP-94011566, met terugwerkende kracht in werking vanaf 01-12-1993 .
Medio 1997 is er een nieuwe beschikking opgesteld, waarbij de taken verruimd zijn. Kenmerk beschikking: VO/BOB-1997/7200, beschikking van 26-06-1997.
Taken:
de vaststelling van de opgaven basisvorming en het nemen van de beslissing dat deze opgaven aan de scholen ter beschikking worden gesteld
het adviseren van de minister inzake de opgaven basisvorming
het verstrekken van nadere opdrachten aan het Cito in verband met het ontwikkelen van opgaven basisvorming
Cito (Instituut voor toetsontwikkeling). Het Cito is ingesteld bij notariële akte op 04-09-1968, in opdracht van de minister van Onderwijs Veringa.
- Regeling
- Selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen op het beleidsterrein voortgezet onderwijs over de periode 1968-1998
- Soort
- Archiefselectielijst
- Geldend vanaf
- 02-08-2000
- BWB-id
- BWBR0011430
- Versie
- 2000-08-02_0