wetzoeker

Artikel 2.2 Selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen op het beleidsterrein voortgezet onderwijs over de periode 1968-1998

, Beschrijving beleidsterrein en actoren

Minister van Onderwijs (Cultuur en Wetenschappen): bestuurt het onderwijs door middel van wet- en regelgeving met inachtneming van de bepalingen in de Grondwet.

De voornaamste taken van het Rijk op het gebied van het onderwijs zijn:

zorg dragen voor openbaar onderwijs

waarborgen van de vrijheden van stichting, richting en inrichting van het bijzonder onderwijs

zorg dragen voor de structurering

zorg dragen voor de bekostiging naar gelijke maatstaf

zorg dragen voor het toezicht op het onderwijs (zie ook Inspectie van het Onderwijs)

zorg dragen voor examineren en studiefinanciering

het bevorderen van innovatie van het onderwijs

Onderwijsbeleid is mogelijk door kwalitatieve en kwantitatieve eisen te stellen aan het onderwijsproces in de scholen en instellingen of aan de resultaten ervan, door regelingen te treffen voor het toedelen van financiële en andere middelen en door het stellen van voorwaarden waaraan scholen moeten voldoen.

Het Rijk beslist onder meer over:

welke schooltypen er kunnen bestaan

de cursusduur van elk der schooltypen

voor sommige schooltypen:

de vakken die moeten worden onderwezen

het minimum en maximum aantal lesuren per schooltype

het minimum en maximum aantal lesuren per week

de duur van de lessen

de wijze waarop het examineren van de leerlingen geschiedt

de eisen van bekwaamheid van het onderwijzend personeel

het salaris en de hoofdzaken van de rechtspositie van de onderwijsgevenden

de stichtings- en de opheffingsnormen

de bedragen die aan schoolgebouwen en onderwijsvoorzieningen kunnen worden besteed

1 Sinds januari 1997 is de huisvesting gedecentraliseerd; de gemeente is verantwoordelijk voor de huisvestingsvoorzieningen. (Wet van 4 juli 1996, Stb. 402)

.

Onder de verantwoordelijkheid van de minister heeft de velddirectie Voortgezet Onderwijs (VO) de zorg voor het onderwijsgebied voortgezet onderwijs en ndash onderhoudt contacten met de instellingen binnen dat gebied.

De aspectdirectie heeft een beleidsontwikkelende functie voor een deel van het beleidsterrein (bijvoorbeeld arbeidsvoorwaarden).

Inspectie van het onderwijs: onder de verantwoordelijkheid van de minister toezicht houden op het onderwijs.

Taken:

toezicht houden op de naleving van de wettelijke voorschriften

het bekend blijven met de toestand van het voortgezet onderwijs, onder meer door het bezoeken van scholen

het bevorderen van de ontwikkeling van het voortgezet onderwijs door overleg met het bevoegd gezag, het personeel van de scholen en de besturen van gemeente en provincie

het doen van voorstellen aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen die zij in het belang van het voortgezet onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs nodig acht

(zie ook paragraaf 4.7)

Provinciale Staten/Gedeputeerde Staten: houden voornamelijk toezicht op de aanwezigheid van voldoende openbaar basis- en voortgezet onderwijs.

Taken, in het bijzonder voor het voortgezet onderwijs:

beoordelen of de provincie beschikt over voldoende openbaar onderwijs per schoolsoort

De gemeente: is het plaatselijk bestuur voor het gehele onderwijs, openbaar en bijzonder, tevens bevoegd gezag voor het openbaar onderwijs.

Taken:

bekostiging

coördinatie van de huisvesting

Het bevoegd gezag: de instantie die de bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt voor de school, ofwel het schoolbestuur.

Dit is voor een openbare school het college van Burgemeester en Wethouders, voor zover de gemeenteraad niet anders bepaalt. Wanneer de school van meer gemeenten uitgaat, wordt in een gemeenschappelijke regeling het bevoegd orgaan aangewezen.

Een bijzondere school wordt in stand gehouden door een natuurlijk persoon of een privaatrechtelijk persoon met volledige rechtsbevoegdheid, die volgens de statuten of reglementen het doel heeft onderwijs te geven zonder winstoogmerk.

Voor rijksscholen was de minister van Onderwijs het bevoegd gezag.

de vakministers: de minister van Onderwijs werkt nauw samen met

de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij voor het landbouwonderwijs

2 Aan het landbouwonderwijs is PIVOT-rapport nummer 26 gewijd.

de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor het scholings- en arbeidsmarktbeleid en het emancipatiebeleid

de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor het welzijnsbeleid van specifieke groepen

de minister van Economische Zaken voor het technologiebeleid

de minister van Buitenlandse Zaken voor de internationale samenwerking

de minister Justitie voor het toetsen van de wettelijke regelingen

3 Ingevolge een instructie van de Secretaris-Generaal, voert ook Cfi een uitvoeringstoets op de wettelijke regelingen uit.

en het bewaken van het jurische gehalte van de regelingen

Informatie Beheer Groep (IBG), een zelfstandig bestuursorgaan ingesteld bij de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank, Wet van 15-12-1993, Stb. 714. Op 01-01-1994 is de wet in werking getreden. Voorganger: de Informatiseringsbank, een dienstonderdeel van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen. De taak van het IBG bestaat in het algemeen uit het uitvoeren van wet- en regelgeving op het gebied van studiefinanciering en op andere beleidsterreinen waarop het ministerie van OCenW zich begeeft, zoals bijvoorbeeld de examens. Deze taak wordt verricht door de Produktgroep Examendiensten.

Taken van de IBG:

De Informatie Beheer Groep is belast met de uitvoering van:

o.a. de Wet op de studiefinanciering, het Besluit studiefinanciering, de Wet tegemoetkoming studiekosten, het Besluittegemoetkoming studiekosten, de Les- en cursusgeldwet, het Uitvoeringsbesluit les- en cursusgeldwet, het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel, hoofdstuk II van de Tijdelijke regeling WWV-vervangende uitkering, het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o., het Examenbesluit m.b.o., het Eindexamenbesluit m.h.n.o., het Besluit dagscholen v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o., het Interimbesluit m.t.o., het Eindexamenbesluit dagscholen m.e.a.o., het Eindexamenbesluit m.m.o., de Wet van 25 december 1878, houdende regeling der voorwaarden tot verkrijging der bevoegdheid van arts, tandmeester, apotheker, vroedvrouw en apothekers-bediende (Stb. 1878, 222), het Besluit van 12 februari 1879, tot regeling der examens als arts, tandmeester, apotheker, vroedvrouw en apothekersbediende ( Stb. 1879,36), het Besluit staatsexamens v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o. 1978, het Besluit staatsexamens m.e.a.o., het Staatsexamenbesluit SPD bedrijfsadministratie, het Besluit van 18 maart 1972 houdende staatsexamen diploma's handvaardigheid (Stb. 1972,155), het Besluit van 16 september 1949 houdende instelling van examens ter verkrijging van een getuigschrift van tolk-vertaler (Stb. 1949, J428), het Besluit van 5 mei 1958 tot instelling van een Staatsdiploma voor leraar in het machineschrijven en tot regeling van het examen ter verkrijging van dat diploma (Stb. 1958, 229), het Besluit van 4 augustus 1955 tot instelling van een Staatsdiploma voor leraar in de stenografie en tot regeling van het examen ter verkrijging van dat diploma (Stb. 1955, 366), het Besluit examenprogramma's middelbare akten wiskunde (Stb. 1958, 9), het Besluit examenprogramma middelbare akte plant- en dierkunde (Stb. 1958, 271), het Besluit examenprogramma middelbare akte lichamelijke oefening (Stb. 1958, 472), het Besluit examenprogramma's middelbare akten tekenen (Stb.1958, 8), het Besluit van 10 mei 1938, houdende vaststelling van een reglement en een programma voor het examen, bedoeld in artikel 77bis der middelbaar-onderwijswet ( Stb. 1938, 391), het Besluit Nederlands als tweede taal, en het Rijkswachtgeldbesluit 1959 voor zover het personeel werkzaam in het onderwijs, met uitzondering van het personeel in het wetenschappelijk onderwijs en het personeel werkzaam bij een academisch ziekenhuis, betreft;

de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek met betrekking tot het Centraal register inschrijving hoger onderwijs, het Centraal register opleidingen hoger onderwijs en de beperking van inschrijving op grond van de beschikbare onderwijscapaciteit of de behoefte van de arbeidsmarkt;

andere bij de wet opgedragen taken.

De Informatie Beheer Groep kan met toestemming van de minister van Onderwijs andere taken uitvoeren, dan die welke rechtstreeks voortvloeien uit de in het eerste lid van de wet genoemde, mits deze taken:

a. liggen op het terrein van de uitvoering van bestuurlijke taken en nauw verband houden met de in het eerste lid van de wet genoemde taken van de Informatie Beheer Groep;

b. toepassingen met zich brengen van produktiemiddelen, die de Informatie Beheer Groep voor de vervulling van haar in het eerste lid genoemde taken, voorhanden heeft;

c. niet leiden tot concurrentievervalsing ten opzichte van private aanbieders van vergelijkbare diensten, en

d. tegen kostendekkende tarieven worden verricht.

Regeling
Selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen op het beleidsterrein voortgezet onderwijs over de periode 1968-1998
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
02-08-2000
BWB-id
BWBR0011430
Versie
2000-08-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl