wetzoeker

Artikel III Wijzigingswet Pensioen- en spaarfondsenwet met betrekking tot medezeggenschap van gepensioneerden en gelijkstelling in pensioenregelingen van geregistreerde partners met gehuwden

1 Onze Minister kan verenigingen aanwijzen op wie artikel 6a, eerste lid, vierde zin, en vierde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet, zoals dat artikel luidt na inwerkingtreding van deze wet, tot 1 januari 2001 niet van toepassing zijn.

2 Met betrekking tot op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet bestaande deelnemersraden als bedoeld in artikel 6a, eerste en tweede lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet, moeten de statuten en reglementen van een fonds binnen vijf jaren na dat tijdstip voldoen aan dat artikel.

Regeling
Wijzigingswet Pensioen- en spaarfondsenwet met betrekking tot medezeggenschap van gepensioneerden en gelijkstelling in pensioenregelingen van geregistreerde partners met gehuwden
Soort
Wet
Geldend vanaf
23-06-2000
BWB-id
BWBR0011385
Versie
2000-06-23_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl