wetzoeker

Artikel d Speelautomatenregeling 2000

bij de Speelautomatenregeling 2000

Omschrijving: Behendigheidsspel waarbij het resultaat leidt tot de directe uitkering van een prijs, die geen geldprijs is, of tot de indirecte uitkering van een prijs in de vorm van (voor een prijs inwisselbare) waardebonnen of penningen. Het spelresultaat kan de som van de met het oefenspel behaalde punten zijn.

De volgende categorieën oefenspelen zijn mogelijk:

1. balspelen:

gooien, vangen, bewegen, wegschieten of rollen van ballen, direct door de speler of indirect door middel van het bedienen van drukknoppen, trekknoppen, joysticks of handels;

2. reactiespelen:

het op het juiste moment indrukken met handen of voeten van beurtelings oplichtende drukknoppen, het op het juiste moment bedienen van hamers of schuiven om een bepaald voorwerp te raken, het op het juiste moment op een knop drukken om een wijzer tot stilstand te brengen, het fysiek raken van objecten (bijvoorbeeld krabben) met een slagvoorwerp enzovoort;

3. vaardigheidsspelen:

gericht spuiten van waterstralen op een doel, het slaan met een hamer, het bedienen van een miniatuurkraan met joystick en drukknoppen voor het transporteren van ‘lading’, het draaien aan een wiel enzovoort;

4. schietspelen:

het raken van doelen met een (elektronisch) pistool of geweer;

5. muntspelen:

het op het juiste moment inwerpen of lanceren van een speelmunt opdat punten gescoord worden of direct een prijs gewonnen wordt.

Regeling
Speelautomatenregeling 2000
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2014
BWB-id
BWBR0011382
Versie
2014-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl