wetzoeker

Artikel 3 Speelautomatenbesluit 2000

Aanwezigheidsvergunning

1 Bij de indiening van de aanvraag van een aanwezigheidsvergunning die geldt voor een tijdvak van 12 maanden, is de aanvrager een vergoeding als bedoeld in artikel 30d, derde lid, van de wet verschuldigd ten bedrage van:

a. indien de vergunning voor één speelautomaat geldt, ten hoogste € 56,50;

b. indien de vergunning voor twee of meer speelautomaten geldt, ten hoogste € 22,50, vermeerderd met het product van het aantal speelautomaten, waarvoor de vergunning geldt, en een bedrag van ten hoogste € 34.

2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien de vergunning geldt voor een tijdvak, korter dan 12 maanden of langer dan 12 maanden doch ten hoogste vier jaar, met dien verstande dat de in het eerste lid bedoelde maximumbedragen naar evenredigheid van het verschil in looptijd van de vergunning verlaagd onderscheidenlijk verhoogd worden.

3 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien de vergunning geldt voor een tijdvak van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd, met dien verstande dat voor de toepassing van onderdeel a in plaats van € 56,50 een bedrag van € 226,50 en voor de toepassing van onderdeel b in plaats van € 22,50 een bedrag van € 90,50 en in plaats van € 34 een bedrag van € 136 geldt.

Regeling
Speelautomatenbesluit 2000
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-07-2024
BWB-id
BWBR0011373
Versie
2024-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl