wetzoeker

11.3 — Cardiale syncope Regeling eisen geschiktheid 2000

Cardiale syncope

Voor de beoordeling van de geschiktheid geldt tevens hoofdstuk 6.

Een cardiale syncope kan veroorzaakt worden door structurele hartafwijkingen of ritmestoornissen.

Personen bij wie na een syncope een pacemaker wordt geplaatst kunnen één week na implantatie weer geschikt worden verklaard voor rijbewijzen van groep 1 en groep 2. Voor hen gelden tevens de eisen uit paragraaf 6.7.3. Personen bij wie na syncope een ICD is geplaatst kunnen twee maanden na implantatie weer geschikt worden verklaard voor rijbewijzen van groep 1. Voor hen gelden tevens de eisen uit paragraaf 6.7.4. Voor rijbewijzen van groep 2 blijven deze personen ongeschikt.

Personen die behandeld worden met geneesmiddelen of behandeld zijn met cardioversie, ablatie of chirurgische hartritme ingreep zijn ongeschikt voor rijbewijzen van groep 1 en groep 2 totdat zij minimaal drie maanden geen syncope meer hebben gehad. Voor de beoordeling is een rapport van een cardioloog vereist.

Personen die niet worden behandeld kunnen alleen geschikt worden verklaard op basis van een rapport van een cardioloog met voldoende kennis en ervaring op het gebied van syncope. Zij zijn ongeschikt totdat zij minimaal drie maanden geen syncope meer hebben gehad.

Regeling
Regeling eisen geschiktheid 2000
Afkortingen
REG 2000
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-04-2026
BWB-id
BWBR0011362
Versie
2026-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl