wetzoeker

Voorbeeld 2 Ouderschapsverlof in het primair onderwijs

Een leraar heeft een betrekkingsomvang met werktijdfactor 0,8. Op grond van de geboorte van een tweeling heeft hij recht op 0,8 maal 1410 uur = 1128 uur ouderschapsverlof. Hij kiest ervoor om de eerste 796 (=0,8 x995) uur op te nemen als voltijdverlof en aansluitend de resterende 332 uur uit te spreiden over een periode van een half jaar. Hij kiest er in dit geval dus bewust voor om de twee verlofperiodes op elkaar te laten aansluiten. De regeling biedt echter de mogelijkheid om het verlof in twee periodes op te nemen met daartussen een periode waarin weer volledig wordt gewerkt. Het betreft in dit voorbeeld immers een tweeling.

Gedurende de eerste 796 uur verlof bedraagt de verhouding tussen de verlofuren en de te werken uren 1. De verlofwerktijdfactor is derhalve 0,8 en de werktijdfactor is in die eerste periode 0.

In het halfjaar waarin deeltijdverlof wordt opgenomen moet worden gekeken hoeveel uur zou moeten worden gewerkt zonder verlof. Dit is bijvoorbeeld 730 uur (veronderstelling). Zijn verloffactor over die periode kan berekend worden door de 332 uur verlof te delen door 730 uur. Dit is 0,4548. Zijn verlofwerktijdfactor bedraagt 0,8 maal 0,4548 = 0,3638.

De werktijdfactor is in die periode dus 0,8 - 0,3638 =0,4362.

Regeling
Ouderschapsverlof in het primair onderwijs
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
19-04-2000
BWB-id
BWBR0011265
Versie
2000-04-19_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl