wetzoeker

Besluit klachtencommissie vergunninghouders interlandelijke adoptie

Besluit van 13 maart 2000, houdende regels ter uitvoering van artikel 24a van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie alsmede inwerkingtreding van dat artikel (Besluit klachtencommissie vergunninghouders interlandelijke adoptie)

Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-08-2018
Afkortingen
Bkvia
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Familierecht, Personen- en familierecht, Staats- en bestuursrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0011217
Versie
2018-08-01_0
SHA-256 bron
cf0c011cd13c4b6095916056bb249f235cbad66ab4870f40cd7e390d6c109491

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (10)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder de commissie: de klachtencommissie, bedoeld in artikel 24a, eerste lid, van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie.

Artikel 2

1 De commissie is belast met de behandeling van en de advisering over klachten over gedragingen die een vergunninghouder als bestuursorgaan heeft verricht. Afdeling 9.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.

2 Hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht en het eerste lid zijn tevens van toepassing op de behandeling van klachten over gedragingen die een vergunninghouder anders dan als bestuursorgaan heeft verricht.

Artikel 3

1 De commissie bestaat uit vijf leden, waaronder de voorzitter.

2 Er kunnen plaatsvervangende leden worden benoemd. Op hen zijn de artikelen 4 en 5 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4

1 Onze Minister benoemt de leden voor een periode van vier jaren.

2 De voorzitter en de andere leden kunnen ten hoogste twee maal voor een periode van vier jaren worden herbenoemd.

3 Onze Minister kan de voorzitter of een lid op diens schriftelijk verzoek tussentijds ontslag verlenen.

4 Van een vacature, een besluit tot benoeming, tot herbenoeming of tot ontslag wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel 5

De leden zijn niet werkzaam of werkzaam geweest onder verantwoordelijkheid van een vergunninghouder, van Onze Minister, van de raad voor de kinderbescherming of van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd.

Artikel 6

De commissie stelt een reglement op ter regeling van haar werkwijze.

Artikel 7

De vergunninghouder informeert aspirant-adoptiefouders die zijn bemiddeling inroepen schriftelijk omtrent het bestaan van de klachtencommissie en de mogelijkheid tot het indienen van klachten.

Artikel 8

1 De klachtencommissie stelt jaarlijks een openbaar verslag op, waarin het aantal en de aard van de door haar behandelde klachten worden aangegeven.

2 De klachtencommissie zendt het verslag voor 1 april van het daarop volgende kalenderjaar aan Onze Minister en aan de Inspectie gezondheidszorg en jeugd.

Artikel 9

Dit besluit en artikel 14, onderdeel R, van de Wet van 14 mei 1998 tot uitvoering van het op 29 mei 1993 te 's-Gravenhage tot stand gekomen verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie en, in verband daarmee, wijziging van de Wet opneming buitenlandse pleegkinderen en enige andere wetten (Stb. 302) treden in werking met ingang van 1 april 2000.

Artikel 10

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit klachtencommissie vergunninghouders interlandelijke adoptie.