wetzoeker

Artikel 1 Beleidsregels aanvraag ontheffing als bedoeld in de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus

Een aanvraag tot ontheffing, bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus, wordt ingediend bij de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, door:

a. het College van procureurs-generaal, indien de betrokkene als officier van justitie aangesteld is of zal worden;

b. de korpsbeheerder van het desbetreffende regionale politiekorps, indien de betrokkene als politieambtenaar, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a en c, of tweede lid, van de Politiewet 1993 aangesteld is of zal worden;

c. de betrokkene zelf, indien hij als politieambtenaar, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a en c, of tweede lid, van de Politiewet 1993, bij het Korps landelijke politiediensten aangesteld is of zal worden, door tussenkomst van en na overleg met de korpschef van het Korps landelijke politiediensten;

d. de betrokkene zelf, indien hij als opsporingsambtenaar bij de Koninklijke marechaussee aangesteld is of zal worden, door tussenkomst van en na overleg met de commandant van de Koninklijke marechaussee;

e. de werkgever voor de functie van buitengewoon opsporingsambtenaar, indien de betrokkene als buitengewoon opsporingsambtenaar aangesteld is of zal worden.

Regeling
Beleidsregels aanvraag ontheffing als bedoeld in de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
26-03-2000
BWB-id
BWBR0011206
Versie
2000-03-26_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl