wetzoeker

Besluit vaststelling overhevelingstoeslag 2000 en overhevelingstoeslag 2001

Besluit van 23 december 1999 tot vaststelling van de overhevelingstoeslag 2000 en de overhevelingstoeslag 2001

Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2000
Rechtsgebied
Belastingrecht, Loonbelasting en premieheffing
Ministerie
Sociale Zaken en Werkgelegenheid
BWB-id
BWBR0011048
Versie
2000-01-01_0
SHA-256 bron
160d03aec3bf696a3dfb839f71917634e92f9a41975fd907dabb95d2077ba5f7

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (4)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4

Artikel 1

1 De overhevelingstoeslag over het jaar 2000 is gelijk aan 2,15% van het loon van de werknemer, met een maximum van f 1830,–.

2 In afwijking van het eerste lid is de overhevelingstoeslag over het jaar 2000 gelijk aan 5,45% van de uitkering, met een maximum van f 4640,–, indien het betreft:

a. een uitkering ingevolge een regeling voor vervroegde uittreding, als bedoeld in artikel 11, vierde lid onder a, van de Wet op de loonbelasting, gedaan door een lichaam of persoon als bedoeld in artikel 11b van die wet, door het Rijk of door een lager publiekrechtelijk lichaam, indien deze reeds voor 1 januari 1999 werd verstrekt, of

b. een uitkering ingevolge een pensioenregeling als bedoeld in artikel 11, derde lid, van de Wet op de loonbelasting, welke ten laste komt van het Rijk of de Stichting Pensioenfonds ABP, behoudens voor zover krachtens artikel 30 van de Wet Financiële voorzieningen Privatisering ABP over die uitkering een inhouding inzake arbeidsongeschiktheid plaats heeft gevonden, indien deze reeds voor 1 januari 1999 werd verstrekt, of

c. een door een werkgever verstrekte aanvulling op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, indien die aanvulling reeds voor 1 januari 1999 werd verstrekt, en daarover geen premie op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering is geheven.

Artikel 2

1 De overhevelingstoeslag per 1 januari 2001 is gelijk aan 2,05% van het loon van de werknemer, met een maximum van f 1745,–.

2 In afwijking van het eerste lid is de overhevelingstoeslag per 1 januari 2001 gelijk aan 5,35% van de uitkering, met een maximum van f 4555,–, indien het betreft:

a. een uitkering ingevolge een regeling voor vervroegde uittreding, als bedoeld in artikel 11, vierde lid onder a, van de Wet op de loonbelasting, gedaan door een lichaam of persoon als bedoeld in artikel 11b van die wet, door het Rijk of door een lager publiekrechtelijk lichaam, indien deze reeds voor 1 januari 1999 werd verstrekt, of

b. een uitkering ingevolge een pensioenregeling als bedoeld in artikel 11, derde lid, van de Wet op de loonbelasting, welke ten laste komt van het Rijk of de Stichting Pensioenfonds ABP, behoudens voor zover krachtens artikel 30 van de Wet Financiële voorzieningen Privatisering ABP over die uitkering een inhouding inzake arbeidsongeschiktheid plaats heeft gevonden, indien deze reeds voor 1 januari 1999 werd verstrekt, of

c. een door een werkgever verstrekte aanvulling op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, indien die aanvulling reeds voor 1 januari 1999 werd verstrekt, en daarover geen premie op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering is geheven.

Artikel 3

De Wet overhevelingstoeslag opslagpremies en de Wet aanpassing uitkeringsregelingen overheveling opslagpremies vervallen met ingang van 1 januari 2001.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2000.