wetzoeker

Artikel 19 Rijksbesluit uitvoeringsbepalingen militair straf- en tuchtrecht

Uitvoering tuchtstraffen opgelegd aan krijgsgevangenen

1 Het arrest wordt door de krijgsgevangene ondergaan:

a. «niet in afzondering» in een daartoe bestemde ruimte of bestemd lokaal of, indien niet aanwezig, op een door de kampcommandant aan te wijzen plaats;

b. «in afzondering» in een daartoe bestemde cel of, indien niet aanwezig, op een andere door de kampcommandant aan te wijzen plaats.

2 Op gronden ontleend aan de lichamelijke of geestelijke toestand van de met arrest gestrafte krijgsgevangene, de omstandigheden van het klimaat of het weer dan wel de toestand van de ruimte, het lokaal of de cel waarin het arrest moet worden ondergaan onderscheidenlijk de toestand van de daartoe aangewezen plaats, kan de rechtstreeks boven de kampcommandant gestelde bevelvoerende militair de plaats van arrest wijzigen indien dit in het belang van de gestrafte noodzakelijk is.

3 Het arrest, genoemd in het eerste lid, onder a, mag niet worden ondergaan in gemeenschap met niet met arrest gestrafte krijgsgevangenen, behoudens tijdens het verrichten van werkzaamheden welke de met arrest gestrafte krijgsgevangene zijn opgedragen.

Regeling
Rijksbesluit uitvoeringsbepalingen militair straf- en tuchtrecht
Soort
Rijks-KB
Geldend vanaf
01-01-2017
BWB-id
BWBR0010902
Versie
2017-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl