wetzoeker

Regeling executiebevoegdheden douane-ambtenaren bij strafvonnissen

Regeling houdende aanwijzing van de ambtenaren van de Rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane, als ambtenaar in de zin van de artikelen 556, eerste lid, en 587, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2020
Rechtsgebied
Procesrecht, Strafprocesrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0010697
Versie
2020-01-01_0
SHA-256 bron
217c8f1a29d3fb0e73181a86430a2f81d01797db8317f6b2ed1cdac0f473c706

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (4)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4

Artikel 1

De ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane, welke opsporingsbevoegdheid bezitten, kunnen worden belast met:

a. de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen of strafbeschikkingen, als bedoeld in artikel 6:1:1, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering;

b. de uitreiking van een gerechtelijke mededeling als bedoeld in artikel 36b, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Artikel 2

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling executiebevoegdheden douane-ambtenaren bij strafvonnissen.

Artikel 3

Deze regeling berust op de artikelen 36d, derde lid, en 6:1:5, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Artikel 4

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.