wetzoeker

Artikel 13 Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart

De opleidingsinstelling

1 Onze Minister geeft nadere regels met betrekking tot de erkenning en registratie van een opleidingsinstelling. Deze regels omvatten in ieder geval bepalingen betreffende:

a. de bij de aanvraag in te dienen gegevens;

b. eisen inzake de opleiding;

c. de afgifte, geldigheidsduur, intrekking en wijziging.

2 Onze Minister stelt de tarieven vast, volgens welke de kosten, bedoeld in artikel 2.9, vierde lid, van de wet worden vergoed.

3 Onze Minister geeft nadere regels met betrekking tot de kwalificatie van STD's. Deze regels omvatten in ieder geval bepalingen betreffende:

a. de bij de aanvraag in te dienen gegevens;

b. het onderscheid in eisen naar niveau;

c. de afgifte, geldigheidsduur, verlenging, schorsing, intrekking en wijziging.

4 Onze Minister kan entiteiten aanwijzen, als bedoeld in de volgende onderdelen van de Bijlage bij de uitvoeringsverordening (EU) nr. 2019/947:

a. Deel A, UAS.OPEN.020 UAS-vluchtuitvoeringen in subcategorie A1, sub 4, onder b;

b. Deel A, UAS.OPEN.030 UAS-vluchtuitvoeringen in subcategorie A2, sub 2;

c. Deel B, UAS.SPEC.050 verantwoordelijkheden van de UAS-exploitant, sub 1, onder d. iii;

d. Aanhangsel 1, hoofdstuk I, UAS.STS-01.020 UAS-vluchtuitvoeringen in STS-01, sub 1, onder e. i;

e. Aanhangsel 1, hoofdstuk II, UAS.STS-02.020 UAS-vluchtuitvoeringen in STS-02, sub 9, onder b.

5 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de aanwijzing van entiteiten als bedoeld in het vierde lid.

Regeling
Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart
Soort
AMvB
Geldend vanaf
09-01-2026
BWB-id
BWBR0010629
Versie
2026-01-09_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl