wetzoeker

Wijzigingswet Wet op de Ruimtelijke Ordening (1999)

Wet van 1 juli 1999, houdende wijziging van de Wet op de Ruimtelijke Ordening

Soort
Wet
Geldend vanaf
23-05-2003
Rechtsgebied
Omgevingsrecht, Ruimtelijke ordening en milieu
Ministerie
Infrastructuur en Milieu
BWB-id
BWBR0010577
Versie
2003-05-23_0
SHA-256 bron
8005f96b2d157192420a0ce4d6121ae3c78fb34aa0b907d960e5222156989ad2

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (9)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V
  6. Artikel VI
  7. Artikel VII
  8. Artikel VIII
  9. Artikel IX

Artikel I

Wijzigt de Wet op de Ruimtelijke Ordening.

Artikel II

Wijzigt de Woningwet.

Artikel III

Wijzigt de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing.

Artikel IV

Wijzigt de onteigeningswet.

Artikel V

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel VI

1 Ten aanzien van het nemen van besluiten op een aanvraag om:

a. vrijstelling ingevolge artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening,

b. aanlegvergunning,

c. bouwvergunning of

d. een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 77, eerste lid, onder 2°, van de onteigeningswet,

die is ingediend voor de datum van inwerkingtreding van de desbetreffende bepalingen van deze wet, blijft het recht zoals dat gold voor dat tijdstip van toepassing tot het tijdstip waarop het betrokken besluit onherroepelijk is geworden.

2 Ten aanzien van ambtshalve te nemen besluiten krachtens de Wet op de Ruimtelijke Ordening waarvan het ontwerp ter inzage is gelegd voor de datum van inwerkingtreding van de desbetreffende bepalingen van deze wet, blijft het recht zoals dat gold voor dat tijdstip van toepassing.

3 Ten aanzien van de mogelijkheid om bezwaar te maken of beroep in te stellen ingevolge artikel 2a, tiende lid, 4a, zevende lid, 9, tweede lid, of 36e, vierde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, zoals die bepalingen luidden voor de inwerkingtreding van deze wet, tegen een besluit dat voor die datum is bekendgemaakt, blijft het recht zoals dat gold voor dat tijdstip van toepassing.

4 Voor de toepassing van artikel 24 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening gelden de onderdelen van een planologische kernbeslissing, een streekplan of een structuurplan, die zijn aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht, als een concrete beleidsbeslissing, wanneer het ontwerp van een dergelijk plan voor 3 april 2000 ter inzage is gelegd.

Artikel VII

Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wijzigingen in de praktijk.

Artikel VIII

De tekst van de Wet op de Ruimtelijke Ordening wordt in het Staatsblad geplaatst. Voor de plaatsing past Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de aanduiding van de provinciale bestuursorganen aan aan die van de Provinciewet.

Artikel IX

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.