wetzoeker

Artikel 13 Rijkswet administratieve bijstand douane

Bijzondere invorderingsbepalingen

1 Een verzoek om bijstand ter daadwerkelijke invordering van douanevorderingen gaat vergezeld van:

a. de executoriale titel tegen degene te wiens laste invordering wordt verzocht;

b. een verklaring omtrent het al of niet onherroepelijk vaststaan van de douanevordering;

c. een verklaring omtrent de mogelijkheden tot invordering op het grondgebied van het land van de verzoekende douane-administratie;

d. andere stukken en informatie welke van nut kunnen zijn.

2 De betekening van de executoriale titel, het bevel tot betaling en de tenuitvoerlegging geschieden overeenkomstig de in het land van de aangezochte douane-administratie van kracht zijnde wettelijke bepalingen met betrekking tot bij regeling van de Minister van Financiën van dat land als soortgelijk aangemerkte douanevorderingen.

3 Zolang geen verklaring is ingekomen dat de douanevordering onherroepelijk vaststaat, beperkt de aangezochte douane-administratie zich tot maatregelen om de inning van de douanevordering te verzekeren.

4 De douanevorderingen worden in het land van de aangezochte douane-administratie niet als bevoorrechte vorderingen beschouwd.

5 De aangezochte douane-administratie is niet verplicht aan het verzoek te voldoen indien de mogelijkheden tot invordering op het grondgebied van het land van de verzoekende douane-administratie niet zijn uitgeput.

Regeling
Rijkswet administratieve bijstand douane
Soort
Rijkswet
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0010576
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl