wetzoeker

Toepassing oudedagsvrijstelling bij WUV-uitkering

Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
23-06-1999
Rechtsgebied
Belastingrecht, Loonbelasting en premieheffing
Ministerie
Financiën
BWB-id
BWBR0010541
Versie
1999-06-23_0
SHA-256 bron
b375940370c6ad1dffb7c99f308485c3cf374e89f27805c63488e5a792b55c7f

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Tekst

Aan de hand van vragen is gebleken dat onduidelijkheid bestaat over de behandeling van een uitkering op grond van de Wet uitkering vervolgingsslachtoffers 1940–1945 (hierna: de WUV-uitkering) bij de bepaling van de oudedagsvrijstelling voor de heffing van de vermogensbelasting.

Rechten op een WUV-uitkering zijn naar mijn oordeel niet aan te merken als rechten die zijn bedoeld in artikel 16b, eerste lid, onder 1° tot en met 4°, van de Wet op de vermogensbelasting 1964 (hierna: een oudedagsvoorziening). Een korting op de oudedagsvrijstelling wegens het recht op een WUV-uitkering dient derhalve achterwege te blijven.

Het komt voor dat de WUV-uitkering te samen met een pensioenuitkering in één bedrag wordt uitgekeerd. In zo’n situatie dient het bedrag te worden gesplitst. De pensioenuitkering wordt uiteraard aangemerkt als een oudedagsvoorziening.

Voormeld standpunt geldt ook voor de met de WUV-uitkering op dit punt vergelijkbare uitkeringen zoals de uitkeringen die zijn genoemd in artikel 11, eerste lid, onderdelen h, j, m en p, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965.