wetzoeker

Wijzigingswet Huurprijzenwet woonruimte enz. (introductie afzonderlijke huurcommissie-procedure, wijziging regeling m.b.t. aan de Staat verschuldigde vergoeding voor advies of uitspraak door huurcommissie en wijziging toezicht op de huurcommissies)

Wet van 17 mei 1999 tot wijziging van de Huurprijzenwet woonruimte, de Wet op de huurcommissies en enkele andere wetten (introductie van een afzonderlijke huurcommissie-procedure ter bevordering van het opheffen van gebreken aan of tekortkomingen ten aanzien van de woonruimte, wijziging van de regeling met betrekking tot de aan de Staat verschuldigde vergoeding voor een advies of een uitspraak door de huurcommissie en wijziging van het toezicht op de huurcommissies)

Soort
Wet
Geldend vanaf
30-11-1999
Rechtsgebied
Huurrecht, Wonen, onroerend goed, bouwrecht
Ministerie
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
BWB-id
BWBR0010464
Versie
1999-11-30_0
SHA-256 bron
5b2fe883ad8904dd89f80e8b7518c4858fa153315e0df5d413585ccfb03f11bb

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (7)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V
  6. Artikel VI
  7. Artikel VII

Artikel I

Wijzigt de Huurprijzenwet woonruimte.

Artikel II

Wijzigt de Wet op de huurcommissies.

Artikel III

Wijzigt de Huisvestingswet.

Artikel IV

Wijzigt de Huursubsidiewet.

Artikel V

1 Na de inwerkingtreding van deze wet berust:

a. het Besluit huurprijzen woonruimte mede op artikel 26a, eerste en derde lid, van de Huurprijzenwet woonruimte;

b. de Beschikking van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 31 juli 1979, no. 0726937, betreffende vaststelling modellen, formulieren e.d. (Stcrt. 1979, 185) mede op artikel 26a, negende lid, van de Huurprijzenwet woonruimte.

2 Deze wet is niet van toepassing op zaken die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aanhangig zijn bij de huurcommissie of de kantonrechter, dan wel waarover voor dat tijdstip door de huurcommissie een uitspraak is gedaan ingevolge artikel 25, eerste lid, van de Huurprijzenwet woonruimte, zoals dat artikel voor de inwerkingtreding van deze wet luidde, en de in artikel 27 van de Huurprijzenwet woonruimte bedoelde termijn voor het doen van een verzoek aan de kantonrechter nog niet is verstreken. In afwijking van de eerste volzin is deze wet, met uitzondering van het bepaalde met betrekking tot de aan de Staat verschuldigde vergoeding, van toepassing op zaken die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aanhangig zijn bij de huurcommissie, indien deze zaken betrekking hebben op gedane voorstellen tot wijziging van de huurprijs met een voorgestelde datum van ingang, gelegen op of na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.

3 Voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet gedane voorstellen tot wijziging van de huurprijs met een voorgestelde datum van ingang, gelegen voor dit tijdstip, worden beheerst door de Huurprijzenwet woonruimte en de Wet op de huurcommissies, zoals deze luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet. Op of na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet gedane voorstellen tot wijziging van de huurprijs, die ertoe strekken om de gevolgen niet langer van toepassing te laten zijn van een uitspraak door de huurcommissie, waarin is uitgesproken dat vanwege gebreken of tekortkomingen in de onderhoudstoestand van de woonruimte een gewijzigde huurprijs niet in rekening mag worden gebracht, dan wel een lagere huurprijs in rekening mag worden gebracht, welke uitspraak is gedaan op grond van de Huurprijzenwet woonruimte en de Wet op de huurcommissies, zoals deze luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, worden nog beheerst door de Huurprijzenwet woonruimte en de Wet op de huurcommissies, zoals deze luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet. Het bepaalde in de tweede volzin is van overeenkomstige toepassing op beschikkingen van de kantonrechter tot vaststelling van de huurprijs in de in de tweede volzin bedoelde omstandigheden.

4 Door een huurder met betrekking tot de onderhoudstoestand van de woonruimte tegen een voorstel tot periodieke huurverhoging, ingaande uiterlijk 1 juli, volgende op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, ingebrachte bezwaren kunnen, in afwijking van het tweede lid, tweede volzin, door de huurcommissie en de kantonrechter bij de beoordeling van de redelijkheid van het voorstel nog worden betrokken op de wijze als aangegeven in de artikelen 25 en 26 van de Huurprijzenwet woonruimte, zoals deze luidden vóór de inwerkingtreding van deze wet.

5 Een voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet gedane aanzegging door de huurder van woonruimte aan de verhuurder van die woonruimte, waarin gebreken of tekortkomingen ten aanzien van de woonruimte zijn gesteld, wordt voor de toepassing van artikel 18, eerste lid, van de Huurprijzenwet woonruimte aangemerkt als een aanzegging, gedaan op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.

Artikel VI

De tekst van de Huurprijzenwet woonruimte en de tekst van de Wet op de huurcommissies worden in het Staatsblad geplaatst. Voor de plaatsing in het Staatsblad worden deze teksten door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer overgebracht in de geldende spelling.

Artikel VII

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.