wetzoeker

Besluit ondernemingsplan notaris

Besluit van 9 april 1999, houdende nadere regels inzake het ondernemingsplan en de samenstelling en de werkwijze van de Commissie van deskundigen in verband met de vestiging van een notaris (Besluit ondernemingsplan notaris)

Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-08-2004
Afkortingen
Bopn
Rechtsgebied
Ondernemingspraktijk
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0010398
Versie
2004-08-01_0
SHA-256 bron
0a5d531737b4abb452cc6d9f25be0a1503fd1914a4198ed04b91c415fb1a34a7

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (14)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 11a
  13. Artikel 12
  14. Artikel 13

Paragraaf 1 — Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. wet: de Wet op het notarisambt;

b. ondernemingsplan: het ondernemingsplan, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel b, onder 4°, van de wet;

c. Commissie: de Commissie van deskundigen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet;

d. plaats van vestiging: de gemeente, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet.

Paragraaf 2 — Het ondernemingsplan

Artikel 2

Het ondernemingsplan brengt tot uitdrukking of het voornemen tot vestiging betreft:

a. opvolging in een reeds gevestigd solitair kantoor;

b. vestiging van een solitair kantoor;

c. opvolging in een reeds gevestigd kantoor in associatief verband;

d. vestiging in associatief verband met een reeds gevestigd kantoor;

e. vestiging van een kantoor in associatief verband;

f. wijziging van de plaats van vestiging.

Paragraaf 2 — Het ondernemingsplan

Artikel 3

1 Het ondernemingsplan bevat in ieder geval een uitwerking van de volgende onderdelen:

a. marktverkenning;

b. opzet van de kantoororganisatie;

c. resultatenprognose, en

d. financieringsplan.

2 Artikel 4:2, tweede lid, en 4:4 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

Paragraaf 2 — Het ondernemingsplan

Artikel 4

1 De indiener van het ondernemingsplan verstrekt gegevens en bescheiden waaruit blijkt dat hij voldoet of binnen drie maanden zal voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel b, onder 1°, 2° en 3° van de wet.

2 Indien na een negatief advies over een ondernemingsplan door dezelfde indiener een nieuw verzoek om advies wordt gedaan dat op dezelfde plaats van vestiging betrekking heeft, is hij gehouden nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden te vermelden.

Paragraaf 3 — De Commissie

Artikel 5

1 De Commissie bestaat uit een voorzitter en twee leden.

2 De voorzitter en een van de leden bezitten bedrijfseconomische deskundigheid. Het andere lid is notaris.

3 De voorzitter en de leden worden voor een termijn van ten hoogste vier jaar benoemd. Zij kunnen eenmaal herbenoemd worden.

4 Er zijn twee plaatsvervangende leden. Het ene lid bezit bedrijfseconomische deskundigheid, het andere lid is notaris. De voorzitter wordt zo nodig vervangen door het lid dat bedrijfseconomische deskundigheid bezit.

5 De Commissie stelt nadere regels vast omtrent haar eigen werkwijze.

6 In het secretariaat van de Commissie wordt voorzien door het Bureau.

Paragraaf 3 — De Commissie

Artikel 6

Indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van het ondernemingsplan of de voorbereiding van het advies, stelt de Commissie de indiener van het plan alvorens het in behandeling te nemen, in de gelegenheid binnen een door de Commissie gestelde termijn het ondernemingsplan aan te vullen.

Paragraaf 3 — De Commissie

Artikel 7

De Commissie adviseert over ondernemingsplannen in volgorde van ontvangst, met dien verstande dat indien de indiener krachtens artikel 6 de gelegenheid heeft gehad het ondernemingsplan aan te vullen, de dag waarop het ondernemingsplan is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken, als datum van ontvangst geldt voor de toepassing van deze bepaling alsmede voor de toepassing van artikel 8, eerste lid.

Paragraaf 3 — De Commissie

Artikel 8

1 De Commissie adviseert binnen drie maanden na datum van ontvangst van het ondernemingsplan.

2 De Commissie kan de KNB en het Bureau verzoeken binnen een bepaalde termijn de inlichtingen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet, te verstrekken.

3 De Commissie kan de indiener van het ondernemingsplan in de gelegenheid stellen het plan ter vergadering toe te lichten.

Paragraaf 3 — De Commissie

Artikel 9

De Commissie geeft een negatief advies indien:

a. het ondernemingsplan niet voldoet aan artikel 7, eerste lid, van de wet;

b. de indiener van het plan niet voldoet aan artikel 4;

c. de indiener van het plan onjuiste gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuist advies over het plan zou hebben geleid.

Paragraaf 3 — De Commissie

Artikel 10

1 Indien de Commissie een positief advies uitbrengt, kan de Commissie de indiener van het ondernemingsplan in kennis stellen van een eerder uitgebracht advies dat op dezelfde plaats van vestiging betrekking heeft.

2 De kennisgeving vermeldt geen naam en adres van de indiener van het eerdere ondernemingsplan.

3 De indiener van het ondernemingsplan aan wie de kennisgeving wordt gedaan is tot geheimhouding daarvan verplicht.

Paragraaf 3 — De Commissie

Artikel 11

De Commissie brengt jaarlijks voor 1 april aan Onze Minister van Justitie een verslag van werkzaamheden uit over het afgelopen kalenderjaar.

Paragraaf 4 — De kosten van de advisering

Artikel 11a

1 De kosten van de advisering door de Commissie worden op basis van de integrale kostprijs berekend. Bij de berekening worden bedrijfseconomisch aanvaarde uitgangspunten in acht genomen. De kosten worden door het secretariaat van de Commissie in rekening gebracht.

2 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de berekening van de kosten en kunnen de aan de verzoeker in rekening te brengen kosten worden vastgesteld.

Paragraaf 5 — Slot- en overgangsbepalingen

Artikel 12

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 7 en 110, tweede lid, van de wet in werking treden.

Paragraaf 5 — Slot- en overgangsbepalingen

Artikel 13

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit ondernemingsplan notaris.