wetzoeker

Subsidiebesluit raad voor rechtsbijstand

Besluit van 7 april 1999, houdende regels omtrent het verstrekken van subsidie aan de raden voor rechtsbijstand voor de uitvoering van hun wettelijke taak (Subsidiebesluit raden voor rechtsbijstand)

Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-07-2010
Rechtsgebied
Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht, Sociaal zekerheidsrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0010393
Versie
2010-07-01_0
SHA-256 bron
2727ad5d274162afaa51071394b11e4a3aa3bf39e96ab4e27eaa087700551b76

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (25)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 10a
  12. Artikel 10b
  13. Artikel 11
  14. Artikel 12
  15. Artikel 13
  16. Artikel 14
  17. Artikel 15
  18. Artikel 16
  19. Artikel 17
  20. Artikel 18
  21. Artikel 19
  22. Artikel 20
  23. Artikel 21
  24. Artikel 22
  25. Bijlage — bij artikel 11, tweede lid, van het Subsidiebesluit raden voor rechtsbijstand

HOOFDSTUK 1 — ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. wet: Wet op de rechtsbijstand;

b. subsidie: de krachtens artikel 42, eerste lid, van de wet aan de raad te verstrekken subsidie voor de uitvoering van de wettelijke taken van het bestuur en de raad van advies;

c. deelsubsidie beheers- en programmakosten: de in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, bedoelde deelsubsidie;

d. deelsubsidie projecten en activiteiten: de in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, bedoelde deelsubsidie.

HOOFDSTUK 1 — ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 2

1 De verstrekking van de subsidie wordt getoetst aan de aard en de omvang van de activiteiten van de raad.

2 De subsidie bestaat uit deelsubsidies voor:

a. de beheers- en programmakosten, waaronder zijn begrepen:

1°. de raads- en apparaatskosten;

2°. de doeluitkering voor vergoedingen voor de verlening van rechtsbijstand en mediation krachtens toevoeging in civiele en bestuurszaken en in strafzaken;

3°. de doeluitkering voor vergoedingen voor rechtsbijstandverlening ten behoeve van piketregelingen;

4°. de doeluitkering voor de subsidiëring van de voorzieningen, bedoeld in artikel 42b, eerste lid, van de wet, verminderd met de wettelijk te innen eigen bijdragen van rechtzoekenden voor zover het voorzieningen betreft die belast zijn met de verlening van rechtsbijstand, anders dan rechtshulp, of mediation;

5°. de doeluitkering voor de verlening van rechtsbijstand of mediation op basis van overeenkomsten als bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel d, van de wet;

6°. overige uitgaven;

b. indien van toepassing de kosten van projecten en activiteiten.

HOOFDSTUK 1 — ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 3

Vervallen

HOOFDSTUK 1 — ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 4

1 De subsidie, bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de wet, wordt jaarlijks aangepast overeenkomstig het voor dat jaar vastgestelde percentage voor de bijdrage in de kosten van de arbeidsvoorwaardenontwikkeling aan niet VWS-gebonden gepremieerde en gesubsidieerde sectoren, alsmede de ontwikkeling van het prijspeil. Het basisbedrag wordt afgerond op hele euro’s.

2 Met het oog op de toepassing van het eerste lid kan Onze Minister bij de verlening van de subsidie tevens bepalen welk deel van het subsidiebedrag in aanmerking zal worden genomen voor een bijstelling in verband met de ontwikkeling van het prijspeil, onderscheidenlijk van de kosten van de arbeidsvoorwaarden.

HOOFDSTUK 1 — ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 5

Onze Minister verstrekt op basis van de begroting jaarlijks voorschotten. Hierbij wordt rekening gehouden met de ontwikkelingen in het volume van de toevoegingen en piketregelingen.

HOOFDSTUK 2 — VERLENING VAN DE SUBSIDIE

Artikel 6

1 Onze Minister stelt de raad uiterlijk 1 juli van elk jaar schriftelijk in kennis van de voorlopige beleidsmatige en budgettaire kaders voor het daarop volgende jaar.

2 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent:

a. de termijn die bij de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening in acht wordt genomen;

b. de bij de aanvraag tot subsidieverlening over te leggen gegevens of bescheiden;

c. de eisen waaraan de begroting moet voldoen;

d. de wijze waarop de subsidie wordt bepaald;

e. de overige eisen waaraan het financiële verslag en het activiteitenverslag, waaronder het rapport van bevindingen en de jaarrekening, moeten voldoen.

HOOFDSTUK 2 — VERLENING VAN DE SUBSIDIE

Artikel 7

Onze Minister beslist binnen dertien weken op de aanvraag tot verlening van de subsidie.

HOOFDSTUK 3 — AAN DE SUBSIDIE VERBONDEN VERPLICHTINGEN

Artikel 8

1 De raad draagt ervoor zorg dat de doelstellingen waarvoor de subsidie wordt verleend op doelmatige en effectieve wijze worden nagestreefd, dat de werkzaamheden dienovereenkomstig worden geregeld, en dat een goed beleid en beheer wordt gevoerd.

2 De raad voert de op het Besluit voorschrift informatiebeveiliging rijksdienst 1994 gebaseerde beleidsregels uit.

3 Het jaarverslag als bedoeld in artikel 18 van de Kaderwet geeft tevens inzicht in de wijze waarop de bedrijfsvoering heeft plaatsgevonden. Daarbij komen in ieder geval aan de orde:

a. de administratieve organisatie;

b. de mate van betrouwbaarheid van de informatiebeveiliging;

c. de maatregelen die zijn gericht op de voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidiegelden;

d. de wijze waarop de kwaliteit van de bedrijfsvoering wordt gewaarborgd.

HOOFDSTUK 3 — AAN DE SUBSIDIE VERBONDEN VERPLICHTINGEN

Artikel 9

1 Uiterlijk vier weken na afloop van de eerste vier respectievelijk acht maanden van het boekjaar, dient de raad een voortgangsrapportage in.

2 Indien uit de voortgangsrapportage blijkt dat de bedrijfsvoering of het beheer niet worden uitgevoerd overeenkomstig de daaraan redelijkerwijs te stellen eisen, kan Onze Minister verlangen dat telkens na verloop van twee maanden van het boekjaar een voortgangsrapportage wordt ingediend.

3 Onze Minister kan ten gunste van de raad en met instemming van de raad van de termijn, bedoeld in het tweede lid, afwijken.

HOOFDSTUK 3 — AAN DE SUBSIDIE VERBONDEN VERPLICHTINGEN

Artikel 10

Vervallen

HOOFDSTUK 3 — AAN DE SUBSIDIE VERBONDEN VERPLICHTINGEN

Artikel 10a

Vervallen

HOOFDSTUK 3 — AAN DE SUBSIDIE VERBONDEN VERPLICHTINGEN

Artikel 10b

Vervallen

HOOFDSTUK 3 — AAN DE SUBSIDIE VERBONDEN VERPLICHTINGEN

Artikel 11

1 De raad draagt er zorg voor dat het onderzoek van de accountant, bedoeld in artikel 4:78 van de Algemene wet bestuursrecht, tevens strekt tot onderzoek van de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

2 De opdracht aan de accountant gaat vergezeld van een door Onze Minister vast te stellen aanwijzing over de reikwijdte en de intensiteit van de controle, bedoeld in artikel 42a, tweede lid, van de wet. De aanwijzing bevat tevens een model accountantsverklaring volgens welke de accountant de uitslag van zijn onderzoek moet opstellen.

3 De raad draagt er zorg voor dat zijn accountant alle medewerking verleent aan de door Onze Minister in te stellen onderzoeken naar de door de accountant verrichte controlewerkzaamheden, bedoeld in artikel 4:78 en 4:79 van de Algemene wet bestuursrecht.

HOOFDSTUK 3 — AAN DE SUBSIDIE VERBONDEN VERPLICHTINGEN

Artikel 12

1 De raad verzekert zijn burgerrechtelijke aansprakelijkheid tegenover derden voor een som van ten minste € 450 000,– per gebeurtenis en per geval.

2 De raad verzekert zijn onroerende zaken tegen brandschade naar herbouwwaarde.

3 De raad verzekert zijn roerende zaken tegen brandschade en diefstal naar vervangingswaarde.

HOOFDSTUK 3 — AAN DE SUBSIDIE VERBONDEN VERPLICHTINGEN

Artikel 13

1 Indien gedurende het boekjaar blijkt dat het verwachte saldo van baten en lasten meer dan 10% lager is dan het bedrag van de subsidieverlening, doet de raad daarvan onverwijld mededeling aan Onze Minister onder vermelding van de oorzaak van de verschillen.

2 Onze Minister kan op grond van de omstandigheid, bedoeld in het eerste lid, de bevoorschotting verlagen.

HOOFDSTUK 3 — AAN DE SUBSIDIE VERBONDEN VERPLICHTINGEN

Artikel 14

1 De raad behoeft de toestemming van Onze Minister voor de handelingen, bedoeld in artikel 32, onderdelen a tot en met f van de Kaderwet.

2 De raad behoeft tevens de toestemming van Onze Minister voor het aangaan of wijzigen van subsidieverplichtingen anders dan met voorzieningen, bedoeld in artikel 42b, eerste lid, van de wet.

HOOFDSTUK 3 — AAN DE SUBSIDIE VERBONDEN VERPLICHTINGEN

Artikel 15

1 In de gevallen, bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is de raad aan Onze Minister een door hem te bepalen vergoeding voor vermogensvorming verschuldigd.

2 Bij de vaststelling van de hoogte van de vergoeding worden de activa gewaardeerd op hun actuele waarde. De waardebepaling van een onroerende zaak geschiedt door drie deskundigen. Onze Minister onderscheidenlijk de raad wijzen elk een deskundige aan, die in onderling overleg een derde deskundige aanwijzen.

3 Het eerste lid is niet van toepassing, indien de activiteiten van de raad door een derde worden voortgezet en de activa en passiva met toestemming van Onze Minister tegen boekwaarde aan die derde worden overgedragen.

HOOFDSTUK 4 — VASTSTELLING VAN DE SUBSIDIE

Artikel 16

De raad dient binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.

HOOFDSTUK 4 — VASTSTELLING VAN DE SUBSIDIE

Artikel 17

Onze Minister beslist binnen vier maanden op de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.

HOOFDSTUK 4 — VASTSTELLING VAN DE SUBSIDIE

Artikel 18

Vervallen

HOOFDSTUK 5 — SLOTBEPALINGEN

Artikel 19

Vervallen

HOOFDSTUK 5 — SLOTBEPALINGEN

Artikel 20

Vervallen

HOOFDSTUK 5 — SLOTBEPALINGEN

Artikel 21

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1999.

HOOFDSTUK 5 — SLOTBEPALINGEN

Artikel 22

Dit besluit wordt aangehaald als: Subsidiebesluit raad voor rechtsbijstand.

Bijlage — bij artikel 11, tweede lid, van het Subsidiebesluit raden voor rechtsbijstand

Bijlage — bij artikel 11, tweede lid, van het Subsidiebesluit raden voor rechtsbijstand

Vervallen