wetzoeker

7.7.1 — Meeluisteren en opnemen van gesprekken in besloten en niet besloten ruimten Regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus

Meeluisteren en opnemen van gesprekken in besloten en niet besloten ruimten

Sectornormering

1. De particulier onderzoeker is deelnemer aan het gesprek èn neemt de eerste norm van het interviewen van personen in acht (zie hiervoor paragraaf 7.3); of

2. de particulier onderzoeker handelt in opdracht van een deelnemer aan een gesprek;

3. indien er minder ingrijpende onderzoeksmogelijkheden zijn om de laakbare en/of strafbare gedraging(en) aan het licht te brengen of om bewijs te vergaren voor de laakbare en/of strafbare gedraging(en), dienen deze te worden toegepast;

4. het meeluisteren en opnemen vindt zo gericht mogelijk plaats;

5. de periode waarin wordt meegeluisterd of opgenomen dient zo beperkt mogelijk te zijn;

6. niet relevant gebleken gegevens worden vernietigd.

Toelichting:

De sector particuliere onderzoeksbureaus werkt regelmatig in opdracht van personen die (telefoon)gesprekken die zij zelf met een ander voeren willen vastleggen, zonder dat de ander daarvan op de hoogte is. In dat geval worden hulpmiddelen gebruikt die in feite als technisch geheugen van de opdrachtgever fungeren. Een bandopname van een (telefoon)gesprek wordt vaak in een juridische procedure overhandigd als ondersteuning van een getuigenverklaring van gelijke strekking. Meermalen hebben rechters overwogen dat gesprekspartners er vanuit moeten gaan dat hun (telefoon)gesprekken worden meegeluisterd, dan wel opgenomen. Bij hulpmiddelen kan gedacht worden aan het beschikbaar stellen van een bandrecordertje aan de gespreksdeelnemer of aan het installeren van een kabelmicrofoon in de ruimte waar het gesprek plaatsvindt. Indien gebruik gemaakt wordt van een zendertje moet rekening worden gehouden met de bepalingen van de Telecommunicatiewet. Daarin is vastgelegd dat de aanleg en het gebruik van een zender slechts is geoorloofd, indien voor het gebruik ervan aan de houder van het apparaat een vergunning is verleend voor het gebruik van frequentieruimte (artikel 10.16 van de Telecommunicatiewet).

Volledigheidshalve wordt hier vermeld dat de artikelen 139a en 139b van het WvSr het afluisteren van gesprekken met een technisch hulpmiddel, anders dan in opdracht van een deelnemer van het gesprek, verbieden, alsmede het opnemen van een gesprek zonder deelnemer aan dat gesprek te zijn en anders dan in opdracht van een deelnemer strafbaar stellen.

Regeling
Regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
22-09-2026
BWB-id
BWBR0010256
Versie
2026-09-22_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl