wetzoeker

Stap 6 Herzien stappenplan beëindigen opvangvoorzieningen ongedocumenteerde asielzoekers

6.1 Het COA of de gemeente zet de (wonings)ontruimingsprocedure in gang, teneinde een gerechtelijke ontruimingsbevel (toestemming van de rechter de woning te ontruimen) te verkrijgen: Het COA of de gemeente dagvaart de betrokken vreemdeling in kort geding voor de President van de rechtbank en vordert de vreemdeling te veroordelen tot ontruiming van het centrum of de gemeentewoning.

6.2 Met het opstarten van deze procedure kunnen verschillende procedures naast elkaar komen te lopen. De kort geding-procedure staat immers los van de bezwaarschriftprocedure die mogelijkerwijs ook van start is gegaan.

De bezwaarschriftprocedure moet door de vreemdeling zelf in gang worden gezet door het indienen van een bezwaarschrift bij het COA of de gemeente. In de bezwaarschriftprocedure vindt een beoordeling plaats van het tegen het besluit tot beëindiging van de ROA-verstrekkingen ingediende bezwaar.

Het COA of de gemeente zal zelf het initiatief tot de kort geding-procedure moeten nemen. Procesvertegenwoordiging is in deze procedure verplicht. De advocaat van de gemeente zal in een inleidende dagvaarding de President van de rechtbank verzoeken toestemming tot de ontruiming van de woonruimte in het centrum of de gemeentewoning te krijgen. Hij stelt hiertoe dat de betrokken vreemdeling, gelet op het besluit tot beëindiging van de ROA/RVA-verstrekkingen, thans zonder recht of titel in het centrum of woning verblijft en vordert om die reden ontruiming van de woning.

6.3 Artikel 289 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering stelt als voorwaarde voor een kort geding de aanwezigheid van een spoedeisend belang. De vordering zal door de president van de rechtbank niet-ontvankelijk worden verklaard indien onverwijlde spoed tot het verkrijgen van een onmiddelijke voorziening bij voorraad ontbreekt. In de inleidende dagvaarding zal een spoedeisend belang bij het verkrijgen van een ontruimingsbevel moeten worden opgenomen.

Over het spoedeisend belang kan ter toelichting het volgende worden opgemerkt:

Tussen het kabinet en de VNG en de IPO zijn afspraken gemaakt over de verantwoordelijkheidsverdeling tussen het Rijk en de gemeenten met betrekking tot de opvang van asielzoekers en verblijfsgerechtigden. De Rijksoverheid is verantwoordelijk voor de opvang van asielzoekers. Gemeenten hebben de verantwoordelijkheid voor de huisvesting van statushouders. Gevolg van deze afspraak is dat vanaf 1 januari 1996 geen asielzoekers meer worden geplaatst in een gemeentelijke woning. Een spoedeisend belang zal daarom niet meer gelegen kunnen zijn in het ter beschikking komen van gemeentewoningen voor de opvang van asielzoekers. In de inleidende dagvaarding zal daarom moeten worden aangegeven dat het spoedeisend belang voor de gemeente is gelegen in het zo spoedig mogelijk beschikbaar komen van woningen (of een gedeelte van een woning) ten behoeve van de reguliere woningmarkt, dan wel ten behoeve van de plaatsing van verblijfsgerechtigden.

6.4 Het COA of de gemeente zal, alvorens de inleidende dagvaarding in te dienen, moeten controleren of wellicht toch de woonruimte vrijwillig is verlaten. Dit geldt ook voor het moment vlak voor de behandeling van de procedure in kort geding. Een deel van de uitgeprocedeerde vreemdelingen verlaat immers (alsnog) de opvangvoorziening na dit eerder (soms meerdere malen) geweigerd te hebben.

6.5 De kort geding procedure tot ontruiming van de woonruimte kan worden opgestart ook al heeft het besluit tot beëindiging van de ROA/RVA-verstrekkingen nog geen formele rechtskracht (omdat de termijn waarbinnen het bezwaarschrift moet worden ingediend nog niet is verlopen of nog geen beslissing is genomen op het ingediende bezwaarschrift of beroep).

Regeling
Herzien stappenplan beëindigen opvangvoorzieningen ongedocumenteerde asielzoekers
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
17-03-1999
BWB-id
BWBR0010197
Versie
1999-03-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl