wetzoeker

Stap 3 (deel 1) Herzien stappenplan beëindigen opvangvoorzieningen ongedocumenteerde asielzoekers

3.1 De bekendmaking van de beschikking, ingevolge artikel 3:40 AWB een vereiste voor het naar buiten toe kunnen werken ervan, zal moeten geschieden door uitreiking of toezending van de beschikking aan de betrokken vreemdeling. Gelet op het belang van de beschikking tot beëindiging van de ROA/RVA-verstrekkingen en de verstrekkende gevolgen ervan, wordt aanbevolen deze beschikking in persoon uit te reiken.

De gemeente of het COA kan voor de beschikking gebruik maken van formulier BRV 4a of BRV 4b, die in dat geval het raamwerk (kader) biedt voor deze beschikking. Ook kan de gemeente of het COA gebruik maken van een eigen (standaard) beschikking. Het bij deze instructie gevoegde formulier BRV 4a (indien de vreemdeling verblijft in een centrum) of BRV 4b (indien de vreemdeling verblijft in een gemeentewoning) kan als een (ruwe) standaardbeschikking worden aangemerkt van de beschikking tot beëindiging van de ROA/RVA-verstrekkingen die moet worden afgegeven.

Bij de uitreiking van de beschikking kan gebruik moeten worden gemaakt van een tolk die de inhoud van de beschikking mondeling aan de vreemdeling kan toelichten.

Ter voorkoming van claims op de woonruimte in de toekomst door vreemdelingen die op het moment van de beslissing tot beëindiging van de voorzieningen niet in de gemeente of het centrum verblijven, dient, indien uitreiking in persoon niet mogelijk is de beschikking te worden toegezonden aan zijn gemachtigde of aangetekend naar het laatstbekende adres van de betrokken vreemdeling te worden verstuurd. Vanaf dat moment gaat de bezwaartermijn lopen en wordt de beslissing na 6 weken onherroepelijk.

3.2 In de beschikking moet vermeld staan wat de betekenis is en de gevolgen zijn van de beslissing tot beëindiging van de ROA/RVA-verstrekkingen. Het moet de betrokken vreemdeling uit de beschikking duidelijk zijn dat hij het centrum of de gemeentelijke woning zal moeten verlaten en hij geen aanspraak meer zal kunnen maken op enige voorziening als in de ROA/RVA bedoeld. Dit betekent dat geen aanspraak meer bestaat op kleedgeld, zakgeld en de bijdrage voor buitengewone kosten. Ook zal de vreemdeling niet meer verzekerd zijn tegen ziektekosten en voor de financiële gevolgen van wettelijke aansprakelijkheid.

Gezinnen met minderjarige kinderen die in de decentrale opvang verblijven, dienen te worden aangezegd naar het Vertrekcentrum in Ter Apel te gaan. Daar wordt opvang geboden en worden tevens activiteiten ontplooid, gericht op terugkeer. Indien een gezin weigert naar Ter Apel te gaan overlegt de VD met het terugkeerteam van de betreffende regionale directie van de IND.

3.3 Sinds de inwerkingtreding van de Koppelingswet op 1 juli 1998 is voor de betrokken vreemdeling ten aanzien van de vergoeding van medische kosten hetgeen in deze wet is neergelegd van toepassing. Dit houdt in dat niet-rechtmatig verblijvenen (w.o. illegalen) niet meer verzekerd zijn of kunnen worden tegen ziektekosten. Een uitzondering zal evenwel gelden voor de situaties waarin sprake is van medisch noodzakelijke zorg. De hulpverlener zal in dergelijke situaties in eerste instantie zijn kosten moeten declareren bij degene die de hulp ontvangt. Voorop staat immers dat wanneer een niet rechtmatig verblijvende vreemdeling gebruik maakt van gezondheidszorgvoorzieningen, hij in beginsel zelf de rekening betaalt. Is hij evenwel niet in staat de kostendeclaratie te voldoen, dan kan de hulpverlener een beroep doen op de zogenaamde stichting Koppeling. Dit fonds wordt beheerd door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De stichting stelt financiële middelen ter beschikking om financiële knelpunten op te lossen als gevolg van zorgverlening aan niet-rechtmatig verblijvende vreemdelingen. De stichting beoordeelt of de door de hulpverlener, na tussenkomst van regionale samenwerkingsverbanden, ingediende aanvraag tot de toekenning van een financiële bijdrage wordt vergoed.

3.4 Artikel 6:7 AWB bepaalt dat de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift zes weken bedraagt. De vreemdeling zal (ingevolge artikel 3:45 AWB) in kennis moeten worden gesteld van het feit dat hij tegen het besluit tot beëindiging van de ROA/RVA-verstrekking binnen 6 weken bezwaar kan aantekenen, door de indiening van een daartoe strekkend bezwaarschrift, bij het bestuursorgaan (COA of gemeente) dat het besluit heeft genomen. Voorts verdient aanbeveling de vreemdeling op de hoogte te stellen van de vereisten die in artikel 6:5 AWB aan het in behandeling nemen van een bezwaarschrift worden gesteld. Het bezwaarschrift zal de naam en het adres van de indiener moeten bevatten, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht en de gronden van het bezwaar.

3.5 In het algemeen gesteld heeft een beschikking formeel bezien geen schorsende werking. Dit zou betekenen dat de opvangvoorzieningen dienen te worden onthouden vanaf het moment dat de beschikking werking verkrijgt.

Gevolg hiervan zou zijn dat de betrokken vreemdeling na deze datum nog wel in de woning kan blijven zitten - immers er zal eerst toestemming van de kort geding rechtermoeten zijn verkregen om betrokkene uit de woning te plaatsen- maar geen aanspraak maakt op de toekenning van de kosten voor levensonderhoud (de persoonlijke toelage). In de praktijk is overigens gebleken dat hieraan op verschillende wijze invulling wordt gegeven waardoor een ongelijke behandeling ontstaat van uitgeprocedeerden die niet wenselijk is. Ook ontstaan vanuit humanitair oogpunt bezwaren tegen dit uitgangspunt. Om deze redenen dienen gemeenten en het COA de kosten van levensonderhoud door(te)betalen aan de vreemdeling tot het moment dat geen juridische beletselen meer bestaan de woning te ontruimen (met andere woorden, tot het moment dat de gemeente toestemming heeft gekregen van de rechter om de woning te ontruimen). Deze kosten worden vervolgens uiteraard door Justitie, al dan niet door tussenkomst van het COA, aan gemeenten en het COA worden vergoed.

Een uitzondering op deze regel vormen de in de centrale opvang verblijvende asielzoekers van wie het COA heeft bepaald dat zij naar een ander centrum worden overgeplaatst (art. 7, 1e en 2e lid Rva 1997). Dit brengt met zich mee dat de verstrekkingen niet meer in het eerste centrum worden aangeboden maar in het andere. De verstrekkingen worden dus niet stopgezet. Echter volgens art. 8, 1e lid onder d zijn de opvangvoorzieningen beëindigd indien de betrokken asielzoeker niet binnen 48 uur na melding door het centraal bureau van het COA arriveert in het centrum.

Dit betekent in de praktijk dat indien het COA, na daartoe van de vreemdelingendienst de relevante informatie - zoals het voldoen aan de criteria voor plaatsing in Ter Apel - te hebben ontvangen, bepaalt dat een asielzoeker wordt overgeplaatst naar VC Ter Apel, deze asielzoeker alleen in in het VC Ter Apel verstrekkingen krijgt aangeboden indien hij zich daar binnen 48 uur meldt. Na het verstrijken van deze termijn dienen de verstrekkingen te worden beëindigd en zal doorbetaling van de kosten van levensonderhoud in het eerste centrum niet plaatsvinden.

3.6 Behoudens de onder 3.5 genoemde uitzondering zal het aldus niet meer nodig zijn dat de betrokken vreemdeling, zoals voorheen het geval was, tegen de beschikking tot beëindiging van de ROA/RVA-verstrekkingen op grond van artikel 8:81 AWB de voorzitter van de bestuurskamer van de rechtbank verzoekt een voorlopige voorziening (VoVo) te treffen, inhoudende de schorsing van het bestreden besluit teneinde te voorkomen dat hij (de vreemdeling) iedere vorm van opvangvoorzieningen wordt onthouden tot het moment dat op het bezwaarschrift is beslist.

Regeling
Herzien stappenplan beëindigen opvangvoorzieningen ongedocumenteerde asielzoekers
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
17-03-1999
BWB-id
BWBR0010197
Versie
1999-03-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl