Stap 1 Herzien stappenplan beëindigen opvangvoorzieningen ongedocumenteerde asielzoekers
1.1 De Vreemdelingendienst (VD) informeert gemotiveerd de directeur van het opvangcentrum dan wel de betrokken gemeente waar de betrokken vreemdeling verblijft, dat het heeft vastgesteld dat de betrokken vreemdeling niet meewerkt aan het verkrijgen van de benodigde reis- en identiteitsdocumenten. Deze “vaststelling” dient van een recente datum te zijn. Voorts stuurt de VD de aanwezige last tot uitzetting met de “vaststelling” naar het opvangcentrum of de gemeente toe. De VD stelt de directeur van het opvangcentrum of de gemeente in kennis van de weigering tot het verlenen van medewerking door hen het formulier BRV 3, het meldingsformulier met betrekking tot de beëindiging van de ROA/RVA-verstrekkingen, toe te zenden. De VD vermeldt op het formulier de datum waarop de betrokken vreemdeling is aangezegd Nederland te hebben moeten verlaten.
De VD maakt hierbij melding van het onderzoek dat het heeft verricht (welke activiteiten zijn ondernomen) om tot deze vaststelling te komen. Voorts geeft de VD aan waarin de vaststelling dat de vreemdeling medewerking weigert is gelegen.
1.2 De vreemdeling kan op verschillende manieren zijn medewerking weigeren:
- door te vertrekken met onbekende bestemming;
- door niet te verschijnen op een vordering;
- door niet naar het Vertrek-Centrum in Ter Apel te gaan;
- door uitdrukkelijk te verklaren niet te willen meewerken aan terugkeer;
- door te weigeren formulier BRV 2 (waarin hij verklaart actie te ondernemen ter verkrijging van de benodigde documenten) of een aanvraag om een vervangend reisdocument te ondertekenen;
- door te weigeren zich binnen een daarvoor gegunde termijn aan te melden voor een speciaal voor de categorie afgewezen asielzoekers waartoe hij behoort, afgesloten terugkeerprogramma;
- door niet te verschijnen voor de presentatie bij de buitenlandse vertegenwoordiging;
- door bij de diplomatieke vertegenwoordiging te verklaren niet mee te willen werken;
- de bij de diplomatieke vertegenwoordiging de taal van zijn land te spreken;
- door te weigeren een verklaring van vrijwillige terugkeer te ondertekenen of af te leggen;
- door het verstrekken van onjuiste of onvolledige informatie;
- door te weigeren contact te leggen met familie of kennissen;
- door te weigeren documenten over te leggen waarover hij beschikt of kan beschikken.
Deze opsomming is niet limitatief. Het is uiteraard goed mogelijk dat zich in de loop van de tijd nieuwe manieren van niet-meewerken aandienen.
In ieder individueel geval moet door de Vreemdelingendienst worden bekeken of voldaan is aan het criterium ’niet meewerken’.
1.3 De directeur van het centrum informeert het centraal bureau van het COA te Rijswijk. De VD zal in alle gevallen de IND-contactpersoon van het terugkeerteam van de betrokken regionale directie van de IND waaronder de VD valt, van de vaststelling dat de betrokken ex-asielzoeker medewerking weigert te verlenen, door toezending van het formulier BRV 3, in kennis stellen.
1.4 De mededeling door de VD aan het COA of de gemeente dat het heeft vastgesteld dat de betrokken vreemdeling weigert medewerking te verlenen aan de verkrijging van de benodigde reis- en identiteitspapieren door de toezending van het formulier BRV 3 betekent niet dat hiermee de ROA/RVA-verstrekkingen zijn beëindigd.
Het is noodzakelijk dat door het COA of de gemeente daartoe eerst een
afzonderlijk besluit tot beëindiging van de ROA-verstrekkingen wordt genomen.
De door het Ministerie van Justitie, na tussenkomst van het COA, aan gemeenten toegekende ROA/RVA-(rijks)bijdragen eindigen dan ook niet op het moment dat het formulier BRV 3 aan het COA of de gemeente wordt toegezonden. De toekenning van de bijdrage wordt stopgezet vanaf het moment dat het door het COA of de gemeente genomen besluit tot beëindiging van de ROA/RVA-voorzieningen werking heeft gekregen én er geen juridische beletselen bestaan om de betrokken vreemdeling uit de woning te zetten.
1.5 De ’vaststelling’ door de Vreemdelingendienst heeft op zichzelf geen rechtsgevolg, in de zin dat daarmee de verstrekking van opvangvoorzieningen is beëindigd. De VD stelt het COA of de gemeente door toezending van BRV 3 in kennis van het feit dat (op dat moment) met betrekking tot de op het formulier vermelde vreemdeling(en) is voldaan aan de (formele) basisvoorwaarden om de ROA/RVA-verstrekkingen aan deze vreemdeling te beëindigen: Het formulier vermeldt enerzijds dat voldaan is aan de vereisten tot het beëindigen van ROA-verstrekkingen, zoals opgenomen in artikel 8 eerste lid, onder b Rva 1997 of artikel 15 lid 3, onder c ROA: er is een last tot uitzetting gegeven en de VD heeft de vreemdeling aangezegd Nederland op een bepaalde dag te moeten verlaten. Anderzijds vermeldt het formulier dat, en op welke wijze de betrokken vreemdeling geen medewerking heeft verleend tot het verkrijgen van de voor de verwijdering benodigde documenten.
- Regeling
- Herzien stappenplan beëindigen opvangvoorzieningen ongedocumenteerde asielzoekers
- Soort
- Circulaire
- Geldend vanaf
- 17-03-1999
- BWB-id
- BWBR0010197
- Versie
- 1999-03-17_0