wetzoeker

Artikel 5 Uniform reglement gerechtshoven voor rekestprocedures in familiezaken

1 Bij een verzoekschrift moeten tenminste de bewijsstukken en alle stukken van de eerste aanleg worden overgelegd, evenals (in kinderzaken) de rapporten.

2 In alimentatiezaken moeten, voor zover de draagkracht of behoefte van een partij omstreden is, ten minste worden overgelegd:

a. van een werknemer de jaaropgaven over het vorige (of voorvorige) jaar en de laatste drie loonopgaven,

b. van een zelfstandige de laatste drie vastgestelde jaarrekeningen en over de tijd daarna de voorlopige cijfers, ook tussentijdse, en prognoses,

c. de laatste drie aangiften inkomsten- en vermogensbelasting, indien bestaand, met de bijbehorende aanslagen,

d. bewijsstukken van bijzondere lasten,

e. een draagkrachtberekening (over en weer), en bij kinderalimentatie ook van een eventuele onderhoudsplichtige stiefouder.

3 De verzoeker moet bij de rechtbank het relevante proces-verbaal of de relevante processen-verbaal opvragen.

4 Bij nazending van stukken moet het rekestnummer worden vermeld.

5 Uiterlijk op de zesde werkdag voor de zitting mogen nog stukken worden overgelegd, mits in viervoud en met toezending in afschrift aan de andere partijen en belanghebbenden. Het hof draagt geen zorg voor doorzending van deze stukken.

Het hof zal niet letten op later aan de partijen en het hof overgelegde stukken, tenzij deze kort en eenvoudig te doorgronden zijn. Als de wederpartij geen bezwaar heeft, kan het hof desgewenst toch op latere stukken letten.

Regeling
Uniform reglement gerechtshoven voor rekestprocedures in familiezaken
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
07-06-2004
BWB-id
BWBR0010187
Versie
2004-06-07_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl