wetzoeker

Artikel 4 Warenwetregeling Methoden van onderzoek brood

Alle reagentia dienen van p.a. kwaliteit te zijn. Onder water wordt verstaan gedestilleerd water of water van gelijkwaardige kwaliteit.

4.1. Reagentia:

4.1.1. Natriumcarbonaat, watervrij Na2CO3

4.1.2. Zilvernitraat, AgNO3

4.1.3. Kaliumthiocyanaat, KCNS

4.1.4. Ammoniumijzer (III)sulfaat dodekahydraat, (NH4)Fe(SO4)2.12H2O

4.1.5. Salpeterzuur 65% (p

4.1.6. Kaliumnitraat KNO3.

4.2. Oplossingen:

4.2.1. Natriumcarbonaat-oplossing, ongeveer 0,1 mol/l.

Los 53,0 g watervrij natriumcarbonaat (4.1.1.) op in 1 liter water.

4.2.2. Zilvernitraat-oplossing, 0,1 mol/l.

Droog zilvernitraat (4.1.2.) gedurende 2 uren bij 150oC. Koel af in een exsiccator. Los 16,989 g op in koolzuurvrij water en verdun tot 1000 ml. Stel de titer van de zilvernitraatoplossing ten opzichte van oertiterstof. Geef de titer op tot in 4 decimalen.

4.2.3. Kaliumthiocyanaat-oplossing 0,1 mol/l.

Los ongeveer 9,7 g kaliumthiocyanaat (4.1.3.) op in water en verdun tot 1000 ml. Stel de titer op de zilvernitraat-oplossing (4.2.2.) met behulp van de indicator-oplossing (4.2.4.). Geef de titer op tot in 4 decimalen.

Stel de titer van de kaliumthiocyanaatoplossing ten opzichte van oertiterstof. Geef de titer op tot in 4 decimalen.

4.2.4. Indicator-oplossing.

Bereid een verzadigde oplossing van ammoniumijzer (III) sulfaat 12H20 (4.1.4.)

4.2.5. Salpeterzuur 4 mol/l.

Verdun 279 ml salpeterzuur 65% (4.1.5.) met water tot 1 l.

Regeling
Warenwetregeling Methoden van onderzoek brood
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
29-07-1998
BWB-id
BWBR0009798
Versie
1998-07-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl