wetzoeker

Artikel 5 Warenwetregeling Methoden van onderzoek brood

5.1. Voorbereiding van het analysemonster.

Snijd het brood langs twee loodrecht op elkaar staande snijvlakken in vier kwarten. Verwijder de korst van 2 tegenover elkaar liggende kwarten. Neem voldoende kwarten voor een monster van ten minste 100 g kruim. Snijd de kruim in blokjes van ongeveer 1 cm3. Indien de soortelijke massa van het brood groter is dan 0,5 g/cm3 moeten de blokjes kleiner zijn. Droog het aldus verkregen monster bij 55-65oC gedurende 5 à 6 uren. Maal het gedroogde materiaal. Bewaar het goed gemengde analysemonster in een luchtdicht afgesloten monsterpot.

5.2. Bepaling van het vochtgehalte.

Weeg met behulp van de analytische balans (4.4.) de op 103-105oC gedroogde en in de exsiccator (4.5.) afgekoelde droogschaal met deksel tot op 0,1 mg nauwkeurig. Breng in de schaal ten minste 5 g van het gemalen materiaal (5.1.) en weeg tot op 0,1 mg nauwkeurig. Plaats de schaal met het deksel ernaast of eronder in de droogstoof (4.2.) bij 103-105oC gedurende ten minste 2 uur. Plaats daarna de schaal voorzien van deksel in de exsiccator (4.5.).

Koel af en weeg. Plaats de schaal met het deksel ernaast andermaal in de droogstoof gedurende ten minste 1 uur.

Koel af en weeg. Herhaal deze bewerking totdat het verschil tussen twee opeenvolgende wegingen minder dan 5 mg bedraagt.

Regeling
Warenwetregeling Methoden van onderzoek brood
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
29-07-1998
BWB-id
BWBR0009798
Versie
1998-07-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl