wetzoeker

Artikel 6 Warenwetregeling Methoden van onderzoek brood

6.1. Berekening en formule.

6.1.1. Broden met een hoeveelheid droge stof groter dan 120 g.

Droge stofgewicht: (a:b) x (d:c) x e g, waarin:

a = gewicht van het brood bij het begin van het onderzoek (5.2.1.) in grammen

b = gewicht van het brood bij de monstername (5.1.1.)

c = afgewogen hoeveelheid blokjes in grammen (5.2.3.)

d = gewicht van de droge blokjes in grammen (5.2.5.)

e = gemiddeld gewicht van de bij de monstername gewogen broden (5.1.1.).

6.1.2. Broodjes met een hoeveelheid droge stof kleiner dan 120 g.

Droge stofgewicht: (a/b) x (d/c) x (e/n) g, waarin:

a = gewicht van de groep bij het begin van het onderzoek (5.3.1.)

b = gewicht van de groep bij monstername (5.1.2.)

c = afgewogen hoeveelheid blokjes in grammen (5.2.3.)

d = gewicht van de droge blokjes in grammen (5.2.5.)

e = gemiddelde gewicht van de bij de monstername gewogen groepen (5.1.2.)

n = aantal broodjes gebruikt bij de bepaling (5.1.2.)

Regeling
Warenwetregeling Methoden van onderzoek brood
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
29-07-1998
BWB-id
BWBR0009798
Versie
1998-07-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl