wetzoeker

Artikel 4 Besluit tekenbevoegdheid van de minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken 1998

De tekenbevoegdheid kan worden uitgeoefend ten aanzien van aangelegenheden die - naar het oordeel van de betrokken functionaris en op zijn verantwoordelijkheid - behoren tot zijn werkterrein en die niet moeten worden voorgelegd aan de naasthogere functionaris, met dien verstande dat:

1. geen beslissingen worden genomen ten aanzien van zaken van principiële aard;

2. de bestaande richtlijnen en gebruiken omtrent voorparaaf en medeparaaf in overleg en overeenstemming met medebelanghebbende organisatie-onderdelen in acht zijn genomen;

3. de binnen het ministerie geldende instructies omtrent het voorleggen en afdoen van stukken zijn gevolgd;

4. geen stukken worden ondertekend, die bij de ontvanger de indruk kunnen wekken, dat de ondertekenaar persoonlijk een beslissing neemt, welke door de minister of staatssecretaris moet worden genomen.

Regeling
Besluit tekenbevoegdheid van de minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken 1998
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-1998
BWB-id
BWBR0009728
Versie
1998-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl