F — Kaas Keuringsreglement COKZ kaas
Kaas
1. Monsterneming: volgens de methode beschreven in annex 14.
2. Voorbehandeling voor fysisch en chemisch onderzoek: volgens NEN 3752: 1979.
3. Bepaling van het vochtgehalte;
referentiemethode: volgens NEN 3754: 1981;
routinemethode: volgens ontwerp-NEN 3755: 1997, toepasbaar op kaas die niet ouder is dan vier weken.
4. Bepaling van het vetgehalte:
referentiemethode: volgens NEN 3757: 1979;
routinemethode: volgens NEN 3758: 1980, toepasbaar op kaas die niet ouder is dan een half jaar.
5. Bepaling van het stikstofgehalte volgens de methode van Kjeldahl en de berekening van het eiwitgehalte: volgens NEN 3760: 1984.
6. Bepaling van het zoutgehalte van kaas met meer dan 0,2 % chloride: volgens IDF 88A: 1988 , met dien verstande dat het equivalentiepunt is vastgesteld op 160 mV.
7. Bepaling van het nitraat- en nitrietgehalte: volgens de methoden beschreven in annex 15a en 15b.
8. Bepaling van de fosfatase-activiteit in kaas: volgens NEN 3774: 1978.
9. Bepaling van de pH van kaas: volgens NEN 3775: 1979.
10. Onderzoek naar de afwezigheid van melkvreemde vetten volgens de methode genoemd onder A.10.
11. Bepaling van het gehalte aan zetmeel van geraspte of vermalen kaas volgens de methode beschreven in annex 16.
12. Bepaling van het natriumgehalte in kaas die niet meer dan 1 g natrium per kg bevat: volgens NEN 3771: 1979
13. Bepaling orthofenylfenolgehalte in kaaskorst: volgens de methode beschreven in annex 17.
14. Bepaling van het natamycinegehalte in kaas(korst): volgens IDF 140A: 1992.
15. Bepaling van resten van kaaskorstbehandelingsmiddelen in geraspte of vermalen kaas: volgens de methode beschreven in annex 18.
16. Aantonen bijmenging koemelk in geiten- of schapenkaas: volgens de methode beschreven in Verordening (EG) Nr. 1081/96 van de Commissie van 14 juni 1996.
17. Organoleptische keuring: volgens de methode beschreven in annex 19.
18. Bepaling van het aantal lactobacillen: volgens NEN6815: 2001.
19. Bepaling van het aantal coli-achtige micro-organismen: volgens NEN 6874: 1988
20. Bepaling van het aantal Escherichia coli: volgens IDF 170B: 1998.
21. Bepaling van het aantal Staphylococcus aureus: volgens NEN 6876: 1994.
22. Onderzoek naar afwezigheid van Listeria ssp. in 1 of 25 g volgens screeningsmethode COKZ-A 348 en bevestiging van aanwezigheid van Listeria monocytogenes volgens ISO 11290-1 (1996), met dien verstande:
- dat kaasschmier wordt onderzocht zoals voor kaas in de methode is beschreven;
- dat watermonsters worden onderzocht zoals voor melk in de methode is beschreven;
- dat kruiden worden onderzocht na bereiding van een suspensie, waarbij aan het monster een negenvoudige hoeveelheid van het tot ca. 37 graden Celsius opgewarmde ophopingsmedium wordt toegevoegd waarbij het monster 3 min wordt gesuspendeerd met een suspendeertoestel;
- dat swaps worden onderzocht nadat de inhoud van het swapbuisje inclusief de swap is toegevoegd aan ca. 45 ml van het tot ca. 37 graden Celsius opgewarmde ophopingsmedium;
- dat veegdoekjes worden onderzocht nadat 225 ml van het tot ca. 37 graden Celsius opgewarmde ophopingsmedium aan het veegdoekje is toegevoegd.
23. Onderzoek naar afwezigheid van Salmonella in 5 X 25 g volgens screeningsmethode COKZ-A 349 en bevestiging van aanwezigheid van Salmonella volgens IDF 93 B:1995.
- Regeling
- Keuringsreglement COKZ kaas
- Soort
- ZBO-regeling
- Geldend vanaf
- 13-12-2002
- BWB-id
- BWBR0009718
- Versie
- 2002-12-13_0