wetzoeker

Artikel 76 Penitentiaire beginselenwet

Bijzondere bepalingen met betrekking tot veroordeelden ten aanzien van wie artikel 13 of 19 van het wetboek van strafrecht is toegepast

1 De plaatsing van een tot vrijheidsstraf veroordeelde in een instelling voor verpleging van ter beschikking gestelden geschiedt voordat zes maanden sedert de beslissing, bedoeld in artikel 6:2:8, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is genomen, in een gevangenis of huis van bewaring zijn doorgebracht.

2 Indien Onze Minister, rekening houdende met de in artikel 6.2, tweede lid, van de Wet forensische zorg genoemde eisen, van oordeel is dat de plaatsing niet binnen de in het eerste lid gestelde termijn mogelijk is, kan hij deze termijn telkens met drie maanden verlengen.

3 Tegen de beslissing tot verlenging, bedoeld in het tweede lid, kan de tot vrijheidsstraf veroordeelde beroep instellen bij de Raad. Het bepaalde in Hoofdstuk XVI van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden is van overeenkomstige toepassing.

Regeling
Penitentiaire beginselenwet
Afkortingen
PBW
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-11-2025
BWB-id
BWBR0009709
Versie
2025-11-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl