wetzoeker

Artikel 12a Bankwet 1998

Bepalingen betreffende de vennootschap

1 Bij of krachtens de statuten kan worden bepaald dat taken van de directie die voortvloeien uit artikel 4, eerste lid, onderdeel a, worden toebedeeld aan één of meer directeuren en dat zij hieromtrent rechtsgeldig namens de Bank kunnen besluiten. Bepaling krachtens de statuten als bedoeld in de eerste volzin geschiedt schriftelijk.

2 De directeur of directeuren aan wie de taken, bedoeld in het eerste lid, zijn toebedeeld, kunnen door de directie worden gemachtigd tot uitoefening van de bevoegdheden die nodig zijn voor het vervullen van deze taken, tenzij de regeling waarop de bevoegdheid steunt zich daartegen verzet.

3 Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:81 en 10:6 van de Algemene wet bestuursrecht omvat de machtiging, bedoeld in het tweede lid, tevens de bevoegdheid om beleid te bepalen ten aanzien van de taken, bedoeld in het tweede lid, tenzij dit in een mandaatbesluit is uitgesloten.

Regeling
Bankwet 1998
Soort
Wet
Geldend vanaf
22-09-2026
BWB-id
BWBR0009508
Versie
2026-09-22_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl