wetzoeker

Vaststellingsregeling wijze van verlenging geldigheidsduur van vliegbewijzen en bewijzen van bevoegdheid

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
09-07-2006
Rechtsgebied
Vervoersrecht
Ministerie
Infrastructuur en Milieu
BWB-id
BWBR0009488
Versie
2006-07-09_0
SHA-256 bron
8202e3aaa70bdbdc26ad38663ff2aaadfd522519b2c4de1cd3806b9dd3a18d07

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (7)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Bijlage 1

Artikel 1

Voor de verlenging van de termijn van geldigheid van bewijzen van bevoegdheid en de daarin gestelde bevoegdverklaringen moet de houder, op de wijze als aangegeven in de bij deze regeling behorende bijlage 1, aantonen dat hij zijn bekwaamheid heeft behouden. Van deze verplichting kan door de Minister van Verkeer en Waterstaat ontheffing worden verleend.

Artikel 2

1 Proeven van bekwaamheid moeten steeds worden afgelegd binnen een termijn van twee maanden voorafgaande aan de datum, waarop de termijn van geldigheid van het bewijs van bevoegdheid eindigt.

2 De proeven van bekwaamheid moeten volgens een door de Minister van Verkeer en Waterstaat vast te stellen programma worden afgelegd ten overstaan van een door hem daartoe aangewezen persoon of instelling.

3 De proeven van bekwaamheid moeten worden afgelegd op een type vliegtuig, aangegeven op het bewijs van bevoegdheid. Zijn meer dan één type vermeld, dan moeten de proeven worden afgelegd op het type met de grootste startmassa.

4 Vlieguren worden slechts in beschouwing genomen, voorzover deze uren zijn gevlogen als eerste bestuurder of als tweede bestuurder in de functie van eerste bestuurder.

Artikel 3

Als personen zoals bedoeld in het tweede lid van artikel 2 van deze regeling worden aangewezen:

1 voor de proeven van bekwaamheid voor verlenging van het beperkt vliegbewijs A en het vliegbewijs A:

a. de chef-instructeur van vliegopleidingen, die zijn erkend in de zin van artikel 39 van de Regeling Toezicht Luchtvaart;

b. leden van de examencommissie voor privé-vlieger voor zover zij zijn aangewezen voor het afnemen van praktische examens;

c. nader door de Minister van Verkeer en Waterstaat aan te wijzen personen.

2 Voor de proeven van bekwaamheid in het blindvliegen:

a. de inspecteurs-vlieger van de Inspectie Verkeer en Waterstaat;

b. de door het hoofd Vliegdienst van de Directie Rijksluchtvaartschool te Eelde aangewezen vlieginstructeurs;

c. de door het hoofd Vliegdienst van luchtvaartmaatschappijen, in het bezit van een geldige Vergunning tot Vluchtuitoefening, aangewezen vliegers;

d. de door het hoofd Vliegdienst van Fokker B.V. te Schiphol-Oost aangewezen vliegers;

e. de door het hoofd Vliegbedrijf van Philips Gloeilampenfabriek te Eindhoven aangewezen vliegers;

f. de door het hoofd Vliegdienst van de Nationale Luchtvaartschool te Beek aangewezen vlieginstructeurs;

g. leden van de examencommissie voor beroepsvlieger voor zover zij zijn aangewezen voor het afnemen van praktische examens;

h. nader door de Minister van Verkeer en Waterstaat aan te wijzen personen.

3 Met uitzondering van de in het tweede lid onder a genoemde personen mogen de in dit artikel genoemde personen de proeven van bekwaamheid slechts afnemen op vliegtuigtypen, die zij als eerste bestuurder mogen bedienen, dan wel op daartoe gekwalificeerde vluchtnabootsers van overeenkomstige klasse en type.

4 Van de in het tweede lid onder b tot en met f genoemde aanwijzing moet binnen één maand na datum van deze regeling en daarna jaarlijks in de maand januari aan de divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat een schriftelijke opgave worden verstrekt.

5 Voor de proeven van bekwaamheid in het wolkenvliegen:

a. leden van de examencommissie voor Zweefvlieginstructeur en Wolkenvliegen, voor zover zij zijn aangewezen voor het examen voor de bevoegdverklaring Wolkenvliegen;

b. nader door de Minister van Verkeer en Waterstaat aan te wijzen personen.

6 In daartoe aanleiding gevende gevallen kan door de Minister van Verkeer en Waterstaat worden bepaald wie van de bij deze regeling aangewezen personen een proeve van bekwaamheid afneemt.

Artikel 4

Indien de houder van een bewijs van bevoegdheid niet voldoet aan de middels deze regeling gestelde voorwaarden voor de verlenging van het bewijs van bevoegdheid of daarin gestelde bevoegdverklaringen, kan eerst tot wederuitreiking worden overgegaan nadat hij door middel van een hem door de Minister van Verkeer en Waterstaat opgedragen examen, heeft aangetoond over de noodzakelijke kennis en bedrevenheid te beschikken.

Artikel 5

De houder van een verlopen Nederlands bewijs van bevoegdheid, uitgezonderd die als grondwerktuigkundige en als zweefvliegtechnicus, kan voor wederuitreiking in aanmerking komen indien hij:

a. gedurende de periode dat het Nederlands bewijs van bevoegdheid niet meer geldig is een gelijkwaardig buitenlands bewijs van bevoegdheid heeft geldig gehouden;

b. met goed gevolg een praktisch examen aflegt ten overstaan van de betreffende Nederlandse examencommissie zoals aangegeven in de examenreglementen gebaseerd op art. 45 en 54 van de Regeling Toezicht Luchtvaart;

c. met goed gevolg een examen aflegt over hoofdstuk 2 ‘Nationale Wetgeving’ van het vak Voorschriften ten overstaan van de betreffende Nederlandse examencommissie;

d. een medische keuring ondergaat zoals vereist voor het betreffende bewijs van bevoegdheid of een schriftelijke geldigverklaring overlegt van de Stichting Nationaal Lucht- en Ruimtevaart Geneeskundig Centrum (hierna afgekort NLRGC) op grond van het voor bedoelde keuring aan het NLRGC te verstrekken keuringsrapport, waaruit blijkt, dat de keuringseisen waaraan is voldaan, tenminste gelijk zijn aan de voor het betreffende Nederlandse bewijs van bevoegdheid of voor de Nederlandse bevoegdverklaring ‘Blindvliegen’ vastgestelde eisen inzake lichamelijke en geestelijke geschiktheid.

Artikel 6

De regeling van de directeur-generaal van de Rijksluchtvaartdienst van 22 mei 1978, nr. LI/11521, wordt ingetrokken evenals de op grond van die regeling afgegeven beschikkingen.

Bijlage 1

Bijlage 1

Tabel 1 Vliegbewijzen

Bevoegdverklaringen | A en beperkt B | B3 B2 B1

Uitsluitend éénmotorige | 10 vlieguren per jaar; | 20 vlieguren per jaar;

vliegtuigen (klasse I)

1 uur per jaar per type | 2 uur per jaar per type

zwaarder dan 2000 kg; | zwaarder dan 2000 kg;

Houders van geldige | 10 landingen per jaar;

zweefvliegbewijzen kunnen

volstaan met 7 vlieguren

per jaar.

Wanneer zij tevens in het

bezit zijn van een

geldige bevoegdverklaring

Motorzweefvliegen kan met

5 vlieguren worden

volstaan.

5 landingen per jaar;

proeve van bekwaamheid

Uitsluitend meermotorige | 10 vlieguren per jaar; | 20 vlieguren per jaar;

vliegtuigen (klasse II)

1 uur per jaar per type | 2 uur per jaar per type

zwaarder dan 2000 kg; | zwaarder dan 2000 kg;

Houders van geldige

zweefvliegbewijzen kunnen

volstaan met 7 vlieguren

per jaar.

Wanneer zij tevens in het | 10 landingen per jaar;

bezit zijn van een

geldige bevoegdverklaring

Motorzweefvliegen kan met

5 vlieguren worden

volstaan.

5 landingen per jaar;

proeve van bekwaamheid

Uitsluitend | 10 vlieguren per jaar;

motorzweefvliegtuigen

(klasse V) Eénmotorige

vliegtuigen (klasse I) en

meermotorige vliegtuigen

(klasse II)

5 landingen per jaar;

proeve van bekwaamheid 5 | 10 vlieguren per jaar op

vlieguren per jaar op | éénmotorige vliegtuigen en

éénmotorige vliegtuigen | 20 vlieguren per jaar op

en 10 vlieguren per jaar | meermotorige vliegtuigen;

op meermotorige

vliegtuigen;

1 uur per jaar per type

zwaarder dan 2000 kg;

5 landingen per jaar;

proeve van bekwaamheid op | 2 uur per jaar per type

een meermotorig vliegtuig | zwaarder dan 2000 kg;

10 landingen per jaar;

Eénmotorige vliegtuigen | 10 vlieguren per jaar op | 20 vlieguren per jaar op

(klasse I) en | éénmotorige vliegtuigen | éénmotorige vliegtuigen en

motorzweefvliegtuigen | en 3 vlieguren per jaar | 3 vlieguren per jaar op

(klasse V) | op motorzweefvliegtuigen; | motorzweefvliegtuigen;

1 uur per jaar per type | 2 uur per jaar per type

zwaarder dan 2000 kg; | zwaarder dan 2000 kg;

5 landingen per jaar; | 10 landingen per jaar;

proeve van bekwaamheid

Meermotorige vliegtuigen | 10 vlieguren per jaar op | 20 vlieguren per jaar op

(klasse II) en | meermotorige vliegtuigen | meermotorige vliegtuigen

motorzweefvliegtuigen | en 3 vlieguren per jaar | en 3 vlieguren per jaar op

op motorzweefvliegtuigen; | motorzweefvliegtuigen;

1 uur per jaar per type | 2 uur per jaar per type

zwaarder dan 2000 kg; | zwaarder dan 2000 kg;

5 landingen per jaar; | 10 landingen per jaar;

proeve van bekwaamheid op

een meermotorig vliegtuig

Eénmotorige vliegtuigen | 5 vlieguren per jaar op | 10 vlieguren per jaar op

(klasse I) en | éénmotorige vliegtuigen; | éénmotorige vliegtuigen;

meermotorige vliegtuigen

(klasse II) en

motorzweefvliegtuigen

(klasse V)

10 vlieguren per jaar op | 20 vlieguren per jaar op

meermotorige vliegtuigen | meermotorige vliegtuigen

en 3 vlieguren per jaar | en 3 vlieguren per jaar op

op motorzweefvliegtuigen; | motorzweefvliegen;

1 uur per jaar per type | 2 uur per jaar per type

zwaarder dan 2000 kg; | zwaarder dan 2000 kg;

5 landingen per jaar; | 10 landingen per jaar;

proeve van bekwaamheid op

een meermotorig vliegtuig

Blindvliegen | Proeve van bekwaamheid op

een vliegtuig behorende tot de klasse waarvoor de houder van het vliegbewijs

is bevoegd verklaard, met dien verstande dat de

houder van een vliegbewijs met zowel de klasse

éénmotorige als meermotorige vliegtuigen, de proeven

van bekwaamheid aflegt op een meermotorig vliegtuig.

Voor vliegtuigen met een maximale startmassa van

meer dan 5700 kg kan de proeve van bekwaamheid

worden afgelegd op een daartoe door de Directeur-

Generaal goedgekeurde vluchtnabootser

Spuitvliegen | | 5 uur per jaar

spuitvliegervaring

Sleepvliegen | 3 sleepvluchten per jaar | 3 sleepvluchten per jaar

Vliegonderricht | 5 uur per jaar ervaring | 5 uur per jaar ervaring

als instructeur | als instructeur

Radiotelefonie | 10 uur per jaar ervaring | 10 uur per jaar ervaring

als boordtelefonist | als boordtelefonist

Tabel 2 Zweefvliegbewijs

Bevoegdverklaring

"lieren" | 20 starts per jaar of 3 zweefvlieguren per jaar, doch niet minder dan 3 lierstarts per jaar. Houders van geldige vliegbewijzen en houders van een geldige bevoegdverklaring "motorzweefvliegen" kunnen volstaan met 10 starts per jaar of 1½ uur per jaar, doch niet minder dat 3 lierstarts per jaar

"slepen" | 20 starts per jaar of 3 zweefvlieguren per jaar, doch niet minder dan 3 sleepstarts per jaar. Houders van geldige vliegbewijzen en houders van een geldige bevoegdverklaring "motorzweefvliegen" kunnen volstaan met 10 starts per jaar of 1½ uur per jaar, doch niet minder dan 3 sleepstarts per jaar

"lieren en slepen" | 20 starts of 3 uur per jaar, doch niet minder dan 2 lierstarts en 2 sleepstarts per jaar. Houders van geldige vliegbewijzen en houders van een geldige bevoegdverklaring "motorzweefvliegen" kunnen volstaan met 10 starts of 1½ uur, doch niet minder dan 2 lierstarts en twee sleepstarts per jaar.

"motorzweefvliegen" | 10 vlieguren per jaar op motorzweefvliegtuigen. Houders van een geldige bevoegdverklaring "lieren" of een geldige bevoegdverklaring "slepen" kunnen volstaan met 3 vlieguren per jaar op motorzweefvliegtuigen

"wolkenvliegen" | Proeve van bekwaamheid, af te leggen op een zweefvliegtuig of motorzweefvliegtuig

"vliegonderricht" | 3 dagen per jaar dienst als zweefvlieginstructeur

Tabel 3. Bewijs van bevoegdheid als ballonvoerder

2 vluchten per jaar, ieder van tenminste 1 uur, als gezagvoerder

Tabel 4. Bewijs van bevoegdheid als boordwerktuigkundige

10 uur ervaring per jaar in de funktie van boordwerktuigkundige waarin begrepen 5 uur per jaar per type. Per type een proeve van bekwaamheid op een daartoe goedgekeurde vluchtnabootser

Tabel 5. Bewijs van bevoegdheid als grondwerktuigkundige

In de vierentwintig maanden, onmiddellijk voorafgaande aan de datum van de aanvraag, ten aanzien van elke categorie en elk type vliegtuig, elke categorie en elk type voortstuwingsinrichting, alsmede elke categorie van installaties van het vliegtuig, waarop de aanvraag betrekking heeft, gedurende ten minste zes maanden een funktie hebbende uitgeoefend bij een vliegtuigonderhoudsbedrijf of als zelfstandig grondwerktuigkundige, waarvoor de op deze categorieën of typen betrekking hebbende bevoegdheden zijn vereist

Tabel 6. Bewijs van bevoegdheid als zweefvliegtechnicus

In de vierentwintig maanden, onmiddellijk voorafgaande aan de datum van de aanvraag, gedurende ten minste zes maanden een funktie hebbende uitgeoefend als zelfstandig zweefvliegtechnicus