wetzoeker

Wet op de Adviesraad internationale vraagstukken

Wet van 18 maart 1998 tot instelling van een vast college van advies inzake internationale vraagstukken, in het bijzonder met betrekking tot de rechten van de mens, vrede en veiligheid, ontwikkelingssamenwerking en Europese integratie (Wet op de Adviesraad internationale vraagstukken)

Soort
Wet
Geldend vanaf
15-04-1998
Rechtsgebied
Internationaal publiekrecht
Ministerie
Buitenlandse Zaken
BWB-id
BWBR0009474
Versie
1998-04-15_0
SHA-256 bron
4ab093d95edf63cbd4fc1127d6eb036da1714892b1d330c4fd1114ed4dff28ab

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (6)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6

Artikel 1

Er is een Adviesraad internationale vraagstukken, hierna te noemen de raad.

Artikel 2

De raad heeft tot taak de regering en de beide kamers der Staten-Generaal te adviseren over internationale vraagstukken, in het bijzonder met betrekking tot de rechten van de mens, vrede en veiligheid, ontwikkelingssamenwerking en Europese integratie.

Artikel 3

1 De raad stelt uit zijn midden vier permanente commissies in. De voorzitters van deze commissies worden uit de leden van de raad door Onze Minister van Buitenlandse Zaken in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat aangewezen.

2 Indien voor de voorbereiding van adviezen specifieke deskundigheid is vereist die niet reeds in voldoende mate in de raad aanwezig is, kunnen in afwijking van artikel 16 van de Kaderwet adviescolleges in de commissies, bedoeld in het eerste lid, ten hoogste vijftien andere personen dan leden van de raad worden benoemd.

3 Op de in het tweede lid bedoelde commissieleden zijn de artikelen 11 tot en met 14 van de Kaderwet adviescolleges van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat deze leden door Onze Minister van Buitenlandse Zaken in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat worden benoemd, geschorst en ontslagen.

Artikel 4

Indien dit naar het oordeel van Onze Minister van Buitenlandse Zaken in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat dan wel van de raad wenselijk is, voegt de raad de schriftelijke inbreng van de desbetreffende permanente commissie bij zijn advies.

Artikel 5

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1998. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 1997, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 1 januari 1998.

Artikel 6

Deze wet wordt aangehaald als: Wet op de Adviesraad internationale vraagstukken.